ECLI:NL:RBGEL:2024:5297
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake afgifte eigen verklaring bij alcoholmisbruik
De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland behandelde op 2 augustus 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het CBR. Verzoeker had een verklaring van geschiktheid aangevraagd, maar het CBR weigerde deze af te geven vanwege vermoedelijk actueel alcoholmisbruik, gebaseerd op een verhoogde CDT-waarde en een rapport van een psychiater.
Verzoeker voerde aan dat het rapport ondeugdelijk was en dat de verhoogde CDT-waarde niet door alcoholgebruik was veroorzaakt. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik heeft en dat het laboratoriumonderzoek van april 2024 een verhoogde CDT-waarde en een verhoogde THC-COOH-waarde toonde, wat wijst op recent cannabisgebruik.
Hoewel het belang van verzoeker om snel weer over een geldig rijbewijs te beschikken duidelijk was, oordeelde de voorzieningenrechter dat het belang van de verkeersveiligheid zwaarder weegt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen omdat het bezwaarschrift geen redelijke kans van slagen heeft. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege onvoldoende kans op slagen en het belang van de verkeersveiligheid.