Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 9 juli 2024;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 9 juli 2024;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 29 juli 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een kort gedingprocedure, stellende dat de rechter geen hoor en wederhoor toepaste, de eisende partij meer spreektijd gaf, ongeldige stukken toeliet en zich onjuist en partijdig gedroeg tijdens de zitting van 16 mei 2024.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend, ondanks een termijn van ongeveer zeven weken na het incident, vanwege omstandigheden rondom de advocaat van verzoeker. Tijdens de zitting werd een verboden geluidsopname van de zitting van 16 mei 2024 deels toegestaan om te beoordelen of verzoeker toen al wrakingsvoornemens had geuit.
De wrakingskamer stelt dat het ontbreken van hoor en wederhoor niet aannemelijk is omdat alle partijen aan het woord zijn geweest en de rechter regie voerde over spreektijd, wat binnen haar bevoegdheid valt. Het toelaten van niet-rechtsgeldige stukken is een procesbeslissing die niet snel tot wraking leidt, tenzij deze onbegrijpelijk is, wat hier niet het geval is.
Klachten over de houding van de rechter betreffen de bejegening, waarvoor de wrakingsprocedure niet bedoeld is, en er zijn geen concrete feiten die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en is tegen deze beslissing geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.