WPRI, eigenaar van het winkelcentrum Elshofpassage te Duiven, vordert de beëindiging van de huurovereenkomst met HEMA vanwege een noodzakelijke renovatie die voortzetting van de huur onmogelijk maakt. De renovatie omvat sloop en herbouw, waaronder de ruimte die HEMA huurt, met als doel het winkelcentrum toekomstbestendig te maken en leegstand te verminderen.
HEMA betwist het dringende eigen gebruik en voert aan dat de renovatie niet aannemelijk en niet uitvoerbaar is, en dat zij een zwaarwegend belang heeft bij voortzetting van de huurovereenkomst. De rechtbank oordeelt echter dat WPRI voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de renovatie noodzakelijk is en niet mogelijk zonder beëindiging van de huurovereenkomst, mede gelet op de leegstand en de plannen voor een nieuwe supermarkt en betere bezoekersstromen.
De rechtbank wijst de vordering tot beëindiging toe en stelt de beëindigingsdatum vast op drie maanden na kennisgeving van de omgevingsvergunning. Daarnaast kent zij een voorwaardelijke tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten toe van €70.000, onder de voorwaarde dat HEMA binnen een jaar haar onderneming voortzet binnen een straal van twee kilometer van het huidige gehuurde. De gevorderde hogere vergoeding wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen en het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat het verweer van HEMA niet kennelijk ongegrond is. HEMA wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.