Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats 1], eiser
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO), de minister
Inleiding
- 1 februari 2022 tot en met 31 juli 2022 en
- 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022
Rechtbank Gelderland
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn studiefinanciering van uitwonenden- naar thuiswonendenbeurs en de terugvordering van een bedrag van €1.118,25 over de periode 1 februari tot 31 juli 2022. De minister had op basis van een huisbezoek vastgesteld dat eiser niet daadwerkelijk woonde op het adres waar hij in de basisregistratie personen (brp) stond ingeschreven.
Tijdens het huisbezoek gaf de hoofdbewoonster toestemming voor het binnentreden en toonde zij een kamer die aan eiser werd toegeschreven, maar er werden slechts enkele persoonlijke spullen van eiser aangetroffen. Eiser betwistte de toestemming voor het huisbezoek en stelde dat de hoofdbewoonster overstuur was en onjuiste verklaringen had afgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de toestemming voor het huisbezoek rechtsgeldig was gegeven en dat de verklaringen van de hoofdbewoonster betrouwbaar waren. De minister had voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser niet op het brp-adres woonde, mede gelet op het ontbreken van persoonlijke eigendommen en het feit dat de hoofdbewoonster en haar broer pas kort daarvoor waren verhuisd.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de herziening van de studiefinanciering en de terugvordering in stand bleven. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de studiefinanciering wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.