Partijen sloten op 13 augustus 2022 een koopovereenkomst voor een recreatiewoning op recreatiepark Het Kerkeland. De woning bleek niet te beschikken over de eigenschappen die voor normaal gebruik nodig zijn, omdat de koper geen lid werd van de Vereniging van Eigenaars (VVE) en daardoor geen toegang had tot de wegen en paden op het park.
De koper stelde dat de verkoper tekortgeschoten was in de nakoming van de koopovereenkomst en ontbond de overeenkomst. De verkoper betwistte dit en vorderde betaling van de contractuele boete wegens niet-nakoming door de koper. De rechtbank oordeelde dat de verkoper inderdaad tekortgeschoten was, dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat de koper niet tekortgeschoten was.
De rechtbank matigde de contractuele boete van 10% van de koopsom (€102.500) naar €50.000 vanwege de buitensporigheid van het bedrag in verhouding tot de werkelijke schade en de omstandigheden van het geval. De vordering van de verkoper tot betaling van de boete werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de verkoper tot betaling van de gematigde boete en proceskosten, en wees de vordering van de verkoper in reconventie af. Het vonnis werd gewezen door rechter E. Schippers en op 31 januari 2024 openbaar uitgesproken.