Belanghebbende, 100% aandeelhouder en bestuurder van meerdere vennootschappen, voerde beroep aan tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) over 2019.
De inspecteur had het belastbaar inkomen vastgesteld op € 88.315, inclusief een correctie voor een gebruikelijk loon van € 45.000, en het resultaat uit overige werkzaamheden op € 50.000. Belanghebbende had slechts een verzamelinkomen van € 5.315 opgegeven. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruikelijk loon lager moest zijn, mede gelet op de omzetgegevens en eerdere loonvaststellingen.
Daarnaast waren er aanvullende correcties gebaseerd op bankafschriften, verklaringen en FIOD-onderzoek, die belanghebbende niet concreet betwistte. De rechtbank concludeerde dat de aanslagen niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. Ook de belastingrente bleef in stand.