De huurder [gedaagde] huurt sinds 1 februari 2020 een bedrijfsruimte met bovenliggende woonruimte van [eiseres]. Door de coronapandemie is het rockcafé op de benedenverdieping vanaf het begin gesloten gebleven. De huurder heeft vanaf maart 2020 gedurende minstens acht maanden de huur slechts gedeeltelijk voldaan, waardoor een huurachterstand is ontstaan.
[eiseres] vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand, contractuele boetes, incassokosten en schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging. [gedaagde] betwist de volledige achterstand en beroept zich op huurkorting vanwege de coronacrisis, verwijzend naar de Hoge Raad uitspraak van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1974).
De rechtbank stelt vast dat zonder omzetgegevens geen recht op TVL (tegemoetkoming vaste lasten) kan worden vastgesteld, waardoor de hoofdregel van de Hoge Raad geldt dat het nadeel gelijkelijk wordt verdeeld tussen huurder en verhuurder. Omdat hierover nog onvoldoende gegevens zijn aangeleverd, wordt de zaak verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen van partijen. De beslissing over ontbinding en verdere vorderingen wordt aangehouden.
De mondelinge behandeling vond plaats voor kantonrechter R.J.J. van Acht, die het tussenvonnis heeft gewezen. Vanwege zijn pensioen zal een andere kantonrechter de zaak voortzetten.