Op 2 september 2022 werd in een pand te [plaats] een hennepkwekerij met 174 planten aangetroffen. Verdachte woonde in het pand en werd door medeverdachte als eigenaar van de plantage genoemd. De rechtbank acht medeplegen wettig en overtuigend bewezen.
Verdachte werd vrijgesproken van diefstal van stroom omdat niet bewezen kon worden dat hij de elektriciteit heeft weggenomen. Ook werd hij vrijgesproken van het bezit van hasjiesj omdat alleen hennep was aangetroffen, wat juridisch een ander middel is.
Op 22 december 2022 werden in een loods voorwerpen aangetroffen die bestemd waren voor grootschalige hennepteelt. Verdachte huurde de loods en had beschikkingsmacht over de goederen, waardoor dit feit bewezen werd verklaard.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn positieve levenswending en werk in de zorg. De straf bestaat uit een taakstraf van 140 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van drie jaar. De redelijke termijn is met ruim een maand overschreden, maar dit leidt niet tot strafvermindering.