Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag erfbelasting over 2020, waarbij de inspecteur de leegwaarderatio niet toepaste op haar verkrijging van de woning, in tegenstelling tot de andere erfgenamen. De rechtbank oordeelt dat de echtgenote van erflater heeft gekozen voor een quasi-wettelijke verdeling, waardoor belanghebbende een vordering op de echtgenote heeft en geen onverdeeld eigendom van de woning. Hierdoor is artikel 21, achtste lid, van de Successiewet 1956 niet van toepassing.
De rechtbank baseert haar oordeel op de wetsgeschiedenis en het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 juni 2022, waarin de quasi-wettelijke verdeling fiscaal gelijk wordt behandeld als een wettelijke verdeling. De inspecteur had de aanslag bij belanghebbende te hoog vastgesteld door de leegwaarderatio niet toe te passen.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag tot een belastbare verkrijging van € 38.358 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.