Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen samen. De man is hertrouwd en onderhoudt ook vier andere kinderen binnen een samengesteld gezin. Hij verzoekt de rechtbank om de kinderalimentatie voor zijn twee kinderen met ingang van 1 december 2023 op nihil te stellen. De vrouw verzoekt juist om een hogere bijdrage van de man.
De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd door het samengestelde gezin en dat de draagkracht van de man en vrouw opnieuw moet worden vastgesteld. De rechtbank gaat uit van een ingangsdatum van 1 april 2024, omdat de man pas eind maart 2024 relevante stukken heeft ingediend. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld aan de hand van Nibud-tabellen, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal kinderen in het gezin en de specifieke situatie.
De rechtbank berekent de draagkracht van de man op basis van een gemiddelde winst uit onderneming van €120.000 per jaar, waarbij de fiscale gevolgen van het inbrengen van zijn woning in de onderneming buiten beschouwing worden gelaten. De draagkracht van de vrouw wordt berekend op basis van haar toekomstige loon uit loondienst vanaf januari 2025. De totale draagkracht wordt verdeeld naar rato van de behoefte van de kinderen.
De rechtbank wijst de verzoeken van de man tot terugbetaling van vermeende achterstallige alimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing. De man moet vanaf 1 april 2024 €241 per kind per maand betalen, met inachtneming van een zorgkorting van 35%. De alimentatie moet steeds voorafgaand aan de maand worden voldaan. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.