ECLI:NL:RBGEL:2024:7518
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Eskes
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- S.E.M. Lichtenberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen hoogte tegemoetkoming kindregeling Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, een kind van een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, ontving een tegemoetkoming van € 6.000 op grond van de kindregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van dit bedrag en vorderde een hogere vergoeding, stellende dat de werkelijke materiële en immateriële schade aanzienlijk groter is.
De rechtbank oordeelt dat de kindregeling in artikel 2.12 van de Wht dwingendrechtelijk is en geen ruimte biedt om af te wijken van de vastgestelde bedragen. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de regeling rekening gehouden met situaties zoals die van eiser, waardoor toetsing aan rechtsbeginselen zoals het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is. Voor daadwerkelijke schadevergoeding dient de moeder van eiser een verzoek in te dienen bij de Commissie Werkelijke Schade.
Daarnaast is het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 9.1 Wht afgewezen, omdat deze clausule niet ziet op de hoogte van de tegemoetkoming. Het verzoek om het persoonlijke dossier is niet-ontvankelijk omdat het niet verstrekken daarvan geen besluit is. De rechtbank bevestigt dat alle relevante stukken zijn verstrekt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 1 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de tegemoetkoming van € 6.000 wordt ongegrond verklaard.