ECLI:NL:RBGEL:2024:8649
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus Visschers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving en invordering dwangsommen bij niet-gekeurde stookinstallatie slachterij
De rechtbank Gelderland behandelde de beroepen van een holding tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe betreffende last onder dwangsom en invorderingsbesluiten wegens het niet laten keuren van een gasgestookte stookinstallatie bij een slachterij. De holding voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals leveringsproblemen door corona en het gebruik van de installatie voor voedselveiligheid, handhaving en invordering niet rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de beginselplicht tot handhaving in beginsel geldt bij overtredingen. De aangevoerde bijzondere omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd en boden geen reden om af te zien van handhaving. Ook bij de invordering van de verbeurde dwangsommen moest het college het belang van invordering zwaar laten wegen. De stelling dat de installatie slechts voor sterilisatiewater werd gebruikt en het voornemen tot elektrische verwarming waren onvoldoende om invordering te weigeren.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de last onder dwangsom en de invorderingsbesluiten en wees verzoeken om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Emaus Visschers op 6 december 2024.
Uitkomst: De beroepen van de holding tegen de last onder dwangsom en invorderingsbesluiten worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.