ECLI:NL:RBGEL:2024:917

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
22 februari 2024
Zaaknummer
C/05/431273 KG RK 24-108
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid tweede wrakingsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker diende een tweede wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak, stellende dat er sprake was van schijn van partijdigheid. Hij verwees onder meer naar vermeende persoonlijke relaties tussen de rechter en de advocaat van de tegenpartij en twijfels over de locatie van de zitting.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarbij de verzoeker concrete nieuwe omstandigheden moet aanvoeren die na het eerste verzoek bekend zijn geworden. Dit tweede verzoek bevatte geen nieuwe feiten, aangezien alle aangevoerde omstandigheden reeds bij het eerste verzoek bekend waren.

Daarom verklaarde de wrakingskamer de verzoeker niet-ontvankelijk en wees het verzoek af zonder inhoudelijke behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn tweede wrakingsverzoek wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/431273 / KG RK 24-108
Beslissing van 6 februari 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.H. Steverink,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van
28 januari 2024.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 10553622 CV EXPL 23-4018 tussen verzoeker en [naam 1] en [naam 2] .
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.
Verzoeker heeft op de zitting van 24 november 2023 en de behandeling van het eerdere wrakingsverzoek op 18 december 2023 aangegeven dat hij in Den Haag woont en zijn bedrijf ook in Den Haag is gevestigd. Hij vraagt zich af waarom hij naar Arnhem moet komen terwijl zich in Den Haag ook een rechtbank bevindt. Verzoeker is onbekend met
[naam 1] en [naam 2] . Waarschijnlijk is er door hen geen bakfiets aangeschaft. Op 24 november 2023 omstreeks 09.00 uur verliet de advocaat van de tegenpartij, mevrouw [… 1], de kamer van de rechtbank en heeft verzoeker vervolgens uitgenodigd om binnen te komen. Het lijkt erop dat mevrouw [… 1] en de rechter elkaar kennen. De rechter wil niet mee werken en laat schijn van partijdigheid zien. Om deze reden heeft verzoeker een tweede wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Verzoeker heeft de rechter tijdens de mondelinge behandeling van de zaak tussen hem en [naam 1] en [naam 2] op 24 november 2023 gewraakt. Het wrakingsverzoek is op 18 december 2023 behandeld door de wrakingskamer. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking bij beslissing van 29 december 2023 afgewezen. Verzoeker heeft nu een volgend verzoek ten aanzien van dezelfde rechter ingediend. De wet schrijft voor dat alle omstandigheden tegelijk worden voorgedragen. Nieuwe omstandigheden worden alleen in de beoordeling betrokken als deze pas na indiening van het verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden. De thans aan dit tweede wrakingsverzoek ten grondslag liggende feiten en omstandigheden, zoals hiervoor onder 2.2. omschreven, waren verzoeker echter al vóór indiening van het eerste wrakingsverzoek bekend. Aangezien geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden, is verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
3.3.
Aan de inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting gelet op het bepaalde in artikel 4 lid 2 aanhef Pro en onder f van het Wrakingsprotocol geen grond is.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.P.T. Blokhuis, voorzitter, mr. S.C.A.M. Janssen en mr. S. Boot, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 2] en in openbaar uitgesproken op 6 februari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.