In deze zaak staat een huurovereenkomst voor kantoorruimte centraal tussen WD Groep B.V. als huurder en meerdere verhuurders gezamenlijk als eisers. WD klaagt over diverse gebreken aan het gehuurde, waaronder een langdurig niet-functionerende klimaatinstallatie, storingen aan de lift en tourniquetdeur, lekkages en onduidelijkheid over servicekosten. WD heeft daarom deels de huurbetalingen opgeschort en de huurovereenkomst opgezegd.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot vernietiging van de huurovereenkomst wegens dwaling verjaard is, omdat WD al jaren eerder op de hoogte was van de gebreken. Het contractuele verbod op opschorting van huurbetalingen is geldig en niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. WD is derhalve in verzuim wegens het niet betalen van huur.
De huurachterstand bedraagt €37.416,61 tot en met juni 2024. De rechtbank wijst de ontbinding van de huurovereenkomst toe vanwege deze substantiële huurachterstand, die een ernstige tekortkoming vormt. WD wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, een gematigde contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten. De vorderingen van WD tot schadevergoeding en wijziging van de overeenkomst worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten worden aan WD opgelegd. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2024 door de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland.