VI2 verhuurt sinds 2015 een zelfstandige woonruimte aan [gedaagde in conv]. De zaak betreft de vaststelling van de betalingsverplichting voor servicekosten over 2020 en 2021. VI2 vordert onder meer vaststelling van de servicekosten en betaling van leges, terwijl [gedaagde in conv] verweer voert en in reconventie terugbetaling van te veel betaalde kosten vordert.
De rechtbank oordeelt dat VI2 niet-ontvankelijk is in haar vordering over 2021 vanwege te late dagvaarding. Voor 2020 wordt de betalingsverplichting vastgesteld op €1.767,84, waarbij diverse kostenposten zoals onderhoud, schoonmaak en ICT zijn beoordeeld. Kosten voor onderhoud 24/7, glasbewassing, tuinonderhoud, ongediertebestrijding en camerabewaking worden niet aan huurder doorberekend vanwege onvoldoende overeenstemming.
VI2 moet aan [gedaagde in conv] terugbetalen omdat hij meer voorschotten betaalde dan verschuldigd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De vordering tot betaling van leges wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.