In deze zaak staat de vraag centraal of eiser tijdig een dagvaarding heeft uitgebracht tegen Stichting Wooncompas in een procedure over huurprijsverlaging van een woning. Eiser had eerder bij de huurcommissie een verzoek tot huurprijsverlaging ingediend, dat werd afgewezen. Tegen deze beslissing werd verzet aangetekend, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Wooncompas stelde in een incident dat de dagvaarding van eiser niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat deze te laat was ingediend, namelijk één dag na de termijn van acht weken na verzending van de uitspraak van de huurcommissie. Eiser betoogde dat de termijn pas startte de dag na verzending, waardoor zijn dagvaarding tijdig was.
De kantonrechter oordeelde dat de wettelijke termijn van acht weken moet worden geteld vanaf de dag na verzending van de uitspraak van de huurcommissie. Aangezien de uitspraak op 7 oktober 2022 was verzonden, was de uiterste dag voor dagvaarding 2 december 2022. Eiser had de dagvaarding op die dag betekend, waardoor hij ontvankelijk is in zijn vordering. De incidentele vordering van Wooncompas tot niet-ontvankelijkheid werd afgewezen.
Wooncompas werd veroordeeld in de proceskosten van het incident. De procedure wordt voortgezet met een conclusie van dupliek van Wooncompas en een zitting waarbij partijen hun standpunten kunnen toelichten. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter E.I. Mentink en op 17 maart 2023 in het openbaar uitgesproken.