ECLI:NL:RBGEL:2025:10106

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/8135
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag brede ondersteuning in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) door het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 26 november 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor brede ondersteuning in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) behandeld. Eiseres, die slachtoffer is van het toeslagenschandaal, had een aanvraag ingediend voor ondersteuning bij haar financiën en voor een particuliere vervolgopleiding voor haar zoon. Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn had deze aanvraag afgewezen, maar de rechtbank oordeelt dat de afwijzing niet goed is gemotiveerd.

De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende heeft onderbouwd waarom eiseres geen ondersteuning voor de particuliere vervolgopleiding van haar zoon en voor hulp bij de financiële administratie krijgt. De rechtbank vernietigt het besluit van het college en draagt hen op om de bezwaren van eiseres opnieuw te beoordelen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank benadrukt dat het college bij het nemen van besluiten over brede ondersteuning beschikt over beleids- en beoordelingsruimte, maar dat deze ruimte niet betekent dat zij zonder zorgvuldige motivering op adviezen van deskundigen kan afgaan.

De rechtbank concludeert dat het college de bezwaren van eiseres tegen de afwijzing van de gevraagde ondersteuning opnieuw moet beoordelen en dat eiseres recht heeft op vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter mr. S. Kompier, in aanwezigheid van griffier mr. C. Ebbers.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8135

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats 1], eiseres

(gemachtigde: mr. C.L.J.A. Spiertz),
en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn

(gemachtigde: mr. M.W.M. Nass).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de afwijzing van de gevraagde ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres en voor ondersteuning voor hulp bij de financiële administratie niet goed heeft gemotiveerd. Eiseres krijgt dus gedeeltelijk gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning door de gemeente. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 24 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college, onder aanvulling van de motivering, bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is slachtoffer van het toeslagenschandaal. Zij heeft zich bij het college gemeld om ondersteuning te krijgen bij het maken van een nieuwe start. Hierna is een plan van aanpak opgesteld door het college, in samenspraak met eiseres. Eiseres en haar zoon zijn door het college bij verschillende leefgebieden (financieel) ondersteund. Eiseres en haar zoon hebben daarbij onder meer een tegemoetkoming gekregen voor de aanschaf van zaken in huis, particulier onderwijs voor de zoon van eiseres en reiskostenvergoeding voor het werk van eiseres.
3.1.
In 2023 heeft eiseres bij het college opnieuw een aanvraag om brede ondersteuning ingediend. Zij heeft daarbij verzocht om vergoeding van (administratieve) ondersteuning bij haar financiën door een commercieel bedrijf, vergoeding van een particuliere vervolgopleiding van haar zoon, goederen in huis (een bank, badkamermeubel en nachtkastjes) en een vergoeding voor het halen van haar rijbewijs en voor een HBO opleidingstraject. In het besluit van 24 november 2023 heeft het college de gevraagde ondersteuning afgewezen.
3.2.
Met het bestreden besluit is het college, onder aanvulling van de motivering, bij het besluit van 24 november 2023 gebleven.
Toetsingskader
4. Het college kan aan slachtoffers van het toeslagenschandaal brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. De brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel. [1]
4.1.
In de toelichting van de wetgever [2] staat hierover:
“Het college inventariseert de hulpvraag of hulpvragen binnen het gezin en stelt in overleg met de aanvrager van de herstelmaatregel en diens gezin een plan van aanpak op de vijf leefgebieden op. Het plan van aanpak faciliteert het maken van een nieuwe start in het kader van herstel na de problemen die hij heeft ervaren door de toeslagenproblematiek. Als uitgangspunt voor de dienstverlening geldt dat gemeenten op grond van het overeengekomen plan van aanpak dienstverlening op de vijf leefgebieden inzetten waardoor betrokkene en zijn gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen.”
4.2.
In de Beleidsregels Brede Ondersteuning gemeente Apeldoorn (Beleidsregels) heeft het college uitgewerkt in welke situaties en onder welke voorwaarden brede ondersteuning wordt geboden. Het college maakt een plan van aanpak waarin de doelstellingen van de brede ondersteuning worden opgenomen. [3] De inzet van de brede ondersteuning die volgens het college noodzakelijk is voor een nieuwe start, wordt getoetst aan de doelstellingen uit het plan van aanpak. [4] Als het nodig is om die doelstellingen te halen, biedt het college maatwerk. [5]
4.3.
Het voorgaande betekent dat het college bij het nemen van een besluit over brede ondersteuning beschikt over een aanzienlijke beleids- en beoordelingsruimte. Het is aan hem om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is en om maatwerk te leveren. De rechtbank beoordeelt in dit soort zaken of zij de redenering van het college om bepaalde ondersteuning niet te bieden, kan volgen en dus niet of de rechtbank zélf de aanvraag voor die kosten zou afwijzen of toekennen.
Mocht het college de gevraagde ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres afwijzen?
5. Eiseres betoogt ten eerste dat de deskundige die voor het college onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de zoon van eiseres al door het college in staat is gesteld om een nieuwe start te maken met het volgen van het door het college vergoede particuliere middelbare onderwijs, niet gekwalificeerd is. De afwijzing van ondersteuning om een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres is dan ook onzorgvuldig tot stand gekomen, aldus eiseres.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. [6]
5.2.
Het college heeft het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) gevraagd om advies uit te brengen over ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding van de zoon van eiseres. Dit heeft geresulteerd in de e-mail van het IPW aan het college van 6 november 2023. De rechtbank vindt het allereerst onduidelijk wat voor deskundige dit advies heeft gegeven en of deze persoon over de benodigde deskundigheid beschikt om een dergelijk advies, dat gaat over de ontwikkeling van een kind, te kunnen geven. Ook op de zitting kon de gemachtigde van het college hier desgevraagd geen antwoord op geven. Bovendien heeft het college met het IPW geen gegevens van eiseres of haar zoon gedeeld. De individuele situatie van de zoon van eiseres is dus niet (kenbaar) beoordeeld en er kan daarom niet worden vastgesteld hoe dit advies tot stand is gekomen. Dat wordt gestaafd door de inhoud van de e-mail van het IPW. Het “advies” bestaat namelijk grotendeels uit algemene informatie over brede ondersteuning, waarbij de specifieke situatie van de zoon van eiseres in zijn geheel niet is genoemd. Alleen in de een na laatste alinea staat dat de jongere (ruimhartige) ondersteuning heeft ontvangen door middel van financiering van twee jaar particulier middelbaar onderwijs en dat het hem gelukt zou zijn om nu zelf een nieuwe levensfase in te gaan waarin regulier beroepsonderwijs voor de hand ligt. Hoe tot deze conclusie wordt gekomen, is niet duidelijk. De afwijzing van de gevraagde ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen. Het college moet de bezwaren van eiseres tegen deze weigering opnieuw beoordelen.
Mocht het college de gevraagde ondersteuning voor financiële hulp afwijzen?
6. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte geen vergoeding heeft geboden voor ondersteuning bij achterstallige administratie en belastingaangifte door een commercieel bedrijf. Eiseres heeft geen vertrouwen meer in de overheid en heeft daarom behoefte aan ondersteuning door een commerciële hulpverlener. Van haar kan niet worden verwacht dat zij hiervoor ondersteuning vraagt van het door het college genoemde alternatief van sociaal raadslieden. Eiseres heeft een offerte ingediend van de door haar gewenste ondersteuning. Daarnaast heeft ze in een Teamsgesprek haar behoefte toegelicht. Het college had op dat moment voldoende informatie om de gevraagde ondersteuning toe te kennen.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt ook. Het college stelt zich op het standpunt dat er, na het indienen van het bezwaar tegen de afwijzing en het Teamsgesprek, meer informatie nodig was om de hulpvraag van eiseres en de eventueel te bieden ondersteuning in kaart te kunnen brengen. De rechtbank oordeelt dat het college dit onvoldoende heeft gemotiveerd. Eiseres moet het college in de gelegenheid stellen om het benodigde onderzoek uit te voeren. Eiseres heeft in de bezwaarfase een gespecificeerde offerte overgelegd, waarop is toegelicht welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en het aantal uren dat voor deze werkzaamheden nodig is. Ook heeft zij al informatie gegeven over haar financiële situatie, waaronder in bezwaar en tijdens het Teamsgesprek. Bovendien is aan te nemen dat een vorm van administratieve ondersteuning nodig is voor een gedupeerde van het toeslagenschandaal met deze gevolgen. Eiseres heeft daarna laten weten dat zij nog bereid is om eventuele vragen per e-mail te beantwoorden. Het college heeft niet toegelicht waarom de informatie die zij had niet toereikend zou zijn. Ook op de zitting heeft het college niet geconcretiseerd welke informatie nog ontbreekt. De gemachtigde van het college heeft op de zitting genoemd dat eiseres met haar administratie bij het college zou moeten komen, zodat het college op basis daarvan kan beoordelen wat zij nodig heeft. Dat vindt de rechtbank ver gaan en niet noodzakelijk om een beslissing te kunnen nemen over het toekennen van ondersteuning op dit aspect. Het college had hierbij oog kunnen hebben voor het gebrek aan vertrouwen van eiseres na het toeslagenschandaal. Bovendien heeft het college niet toegelicht waarom eiseres de gevraagde informatie niet per mail zou kunnen verstrekken. Het is voor haar namelijk bezwaarlijk om een persoonlijk gesprek te voeren. Het college zal de bezwaren van eiseres tegen de weigering om ondersteuning voor hulp bij de financiële administratie opnieuw moeten beoordelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het van belang is dat een betere balans wordt gezocht tussen het beoordelen wat eiseres nodig heeft en het vertrouwen hebben in dat eiseres tot op zekere hoogte ook zelf inzicht kan hebben in wat zij hierin nodig heeft.
Mocht het college de gevraagde ondersteuning voor vergoeding van een opleidingstraject, het halen van een rijbewijs en voor de aanschaf van een bank, badkamermeubel, nachtkastjes en een fornuis afwijzen?
7. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte alleen op afstand heeft beoordeeld of eiseres in aanmerking komt voor gevraagde ondersteuning voor een aantal zaken voor de woon- en werksituatie van eiseres. Vanwege haar complexe situatie is deze wijze van beoordelen niet passend. Eiseres heeft gevraagd om ondersteuning in de vorm van vergoeding van de opleiding tot ervaringsdeskundige en het halen van een rijbewijs. Ook heeft zij gevraagd om een vergoeding voor de aanschaf van een bank, badkamermeubel, nachtkastjes en de aanschaf van een fornuis in plaats van een oven.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In het kader van de brede ondersteuning is eiseres op veel manieren geholpen bij haar woon- en werksituatie. Zo heeft zij via een urgentieverklaring een woning gekregen en heeft zij een bedrag van ruim € 6.000 gekregen voor verhuis- en inrichtingskosten. Het college kon daarom redelijkerwijs tot de conclusie komen dat de bank, het badkamermeubel en de nachtkastjes niet noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het herstel. De rechtbank volgt het college in het standpunt dat met de toegekende ondersteuning is voorzien in het verkrijgen van een veilige, gezonde en betaalbare woonomgeving. Ook krijgt zij maandelijks de reiskosten van € 193,72 voor haar baan in [plaats 2] vergoed. Het college heeft redelijkerwijs tot de conclusie kunnen komen dat eiseres door de reiskostenvergoeding in staat wordt gesteld van en naar haar werk te reizen en dat het halen van een rijbewijs een wens is en geen noodzaak. Niet is gebleken dat eiseres in dat opzicht op een maatschappelijke achterstand staat die reden vormt voor een nadere steun in de rug dan wel dat het gebruik van het openbaar vervoer in haar geval geen reële optie is. Ook is niet gebleken dat eiseres gratis autorijlessen nodig heeft om haar leven weer op de rit te krijgen.
7.2.
Het betoog van eiseres dat zij gecompenseerd moet worden voor haar inkomensschade, kan worden beoordeeld in de procedure die eiseres voert over haar werkelijke schade en heeft geen plaats in het kader van de brede ondersteuning.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit van 2 oktober 2024 voor zover het de motivering van de afwijzing van de gevraagde ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres en voor ondersteuning voor hulp bij de financiële administratie betreft. Het college moet de bezwaren van eiseres tegen deze aspecten van de afwijzing opnieuw beoordelen. Daarbij moet het college deze uitspraak betrekken. De rechtbank geeft hiervoor zes weken. [7]
8.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Ook moet het college een proceskostenvergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 2 oktober 2024 voor zover het de motivering van de afwijzing van de gevraagde ondersteuning voor een particuliere vervolgopleiding voor de zoon van eiseres en voor ondersteuning voor hulp bij de financiële administratie betreft;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 2.21, eerste en vierde lid, van de Wht.
2.Kamerstukken II 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 102.
3.Dit volgt uit artikel 5, vierde lid, van de Beleidsregels.
4.Dit volgt uit artikel 6, eerste lid, van de Beleidsregels.
5.Dit volgt uit artikel 7 van de Beleidsregels.
6.ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4536, ro. 24.
7.Artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.