ECLI:NL:RBGEL:2025:10107

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/8741
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen grensreconstructie in bestuursrechtelijke procedure

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 26 november 2025, wordt het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser had bezwaar gemaakt tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen een grensreconstructie, uitgevoerd door de bewaarder van het kadaster. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Eiser had op 27 februari 2024 een grensreconstructie aangevraagd, maar maakte pas op 22 maart 2024 bezwaar, wat volgens de rechtbank niet binnen de geldende termijn viel. Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de aanwijs in 1986, maar de rechtbank oordeelt dat hij dit niet voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank benadrukt het belang van rechtszekerheid en de noodzaak om tijdig bezwaar te maken. De uitspraak concludeert dat de bewaarder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8741

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de bewaarder van het kadaster en de openbare registers

(mr. M.I. Mollee-ten Hoor).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van eiser tegen de grensreconstructie. Eiser is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bewaarder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 27 februari 2024 heeft de bewaarder op verzoek van eiser een grensreconstructie uitgevoerd. Op 22 maart 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het besluit van 30 april 2024 heeft de bewaarder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Op 10 juni 2024 heeft eiser nogmaals bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 oktober 2024 op het bezwaar van eiser heeft de bewaarder ook dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Bij besluit van 6 juni 2025 heeft de bewaarder het besluit van 22 oktober 2024 herroepen.
2.3.
Eiser heeft zijn beroep gehandhaafd en aanvullende beroepsgronden tegen het besluit van 6 juni 2025 naar voren gebracht.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de bewaarder.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser is rechthebbende van het kadastrale perceel [perceel] in [plaats]. Op verzoek van eiser heeft de bewaarder op 27 februari 2024 een grensreconstructie uitgevoerd op een aantal percelen, waaronder het hiervoor genoemde perceel van eiser.
3.1.
Op 22 maart 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de grensreconstructie omdat de uitgezette grens afwijkt van de kadastrale tekeningen. Bij besluit van 30 april 2024 heeft de bewaarder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een grensreconstructie geen bezwaar mogelijk is. Het bezwaarschrift van eiser is opgevat als een klacht tegen de grensreconstructie en deze klacht is ongegrond verklaard.
3.2.
Op 10 juni 2024 heeft eiser nogmaals bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 april 2024 en verduidelijkt dat zijn bezwaar zich voornamelijk richt tegen de grensvaststelling in 1986. Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de bewaarder het bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een grensreconstructie geen bezwaar mogelijk is.
3.3.
Bij besluit van 6 juni 2025 heeft het kadaster het besluit van 22 oktober 2024 herroepen. De bewaarder verklaart het bezwaar van 10 juni 2024 niet-ontvankelijk, omdat het te laat is ingediend. De perceelsgrens is namelijk in 1986 aangewezen en in 1987 gemeten. Eiser had destijds bezwaar moeten maken, aldus het kadaster. De brief van 10 juni 2024 is door de bewaarder (ook) opgevat als een verzoek tot herstel van de perceelsgrens. [1] Omdat er volgens de bewaarder geen sprake is van een onjuiste bijhouding van de Basisregistratie Kadaster, is dit verzoek afgewezen.
Omvang van het geschil
4. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat zijn beroep zich enkel richt tegen de vaststelling van de erfgrens in 1986 en 1987. Het beroep van eiser richt zich niet tegen de afwijzing van het verzoek tot herstel van de perceelsgrens. Daar zal de rechtbank dan ook verder niet op ingaan.
Mocht de bewaarder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaren?
5. Eiser betoogt dat zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Hij was er namelijk niet van op de hoogte dat er in 1986 een aanwijs heeft plaatsgevonden en was daar (dus) ook niet bij aanwezig. Dat is aannemelijk, omdat hij destijds een baan had waarvoor hij veel reisde. Die bewuste dag had hij ook twee afspraken elders in Nederland. Ook heeft hij geen uitnodiging voor de aanwijs gehad of een kennisgeving ontvangen van een meting in 1987. Eiser kon dus niet eerder bezwaar maken tegen de vaststelling van de erfgrens. Eiser heeft er ook niet eerder bij stilgestaan, omdat hij een goede verhouding had met de vorige eigenaar van het naastgelegen perceel en hij erop vertrouwde dat de perceelsgrens goed lag.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [2] Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [3]
5.2.
In het relaas van bevindingen staat dat eiser op 22 oktober 1986 bij de aanwijs aanwezig is geweest. Dit relaas is op ambtseed opgemaakt en daarom mag de bewaarder in beginsel uitgaan van de juistheid hiervan. Eiser heeft hier alleen tegen ingebracht dat hij niet aanwezig was. Dit heeft hij echter niet onderbouwd. Om twijfel te zaaien aan de juistheid van een op ambtseed opgemaakt document is dat wel nodig. Op de zitting heeft de bewaarder verder toegelicht dat het systeem automatisch uitnodigingen en kennisgevingen verstuurd. Dat was ook al zo in 1986 en 1987. Het is daarom aannemelijk dat eiser op meerdere momenten op de hoogte had kunnen zijn van de aanwijs dan wel de meting. De bewaarder heeft ook toegelicht dat een meting niet gebeurt in bijzijn van de rechthebbenden van de percelen, omdat daar juist de aanwijs voor is geweest. De bewaarder heeft er ook terecht op gewezen dat eiser wist dat hij destijds een deelperceel kocht en dat op enig moment het Kadaster zou komen om de erfgrens van de percelen vast te stellen. Dat eiser een goede band had met zijn toenmalige buurman doet daar niet aan af. Daarbij mocht de bewaarder ook het belang van rechtszekerheid van de eigenaren van het naastgelegen perceel meewegen. De nieuwe eigenaren van het naastgelegen perceel hebben het perceel namelijk recent gekocht en zijn er daarbij van uitgegaan dat de grens zoals deze in de registers is vastgelegd, klopt. Daar moeten zij ook op kunnen vertrouwen. Het zou tot onwenselijke situaties leiden als perceelsgrenzen tientallen jaren na aanwijs en meting nog kunnen worden betwist. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar. Het college heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet.
2.Dit volgt uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. Zie ook de uitspraak van het CBB van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31.