ECLI:NL:RBGEL:2025:10108

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/8292
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag voor zonnepanelen in beschermingszone van primaire waterkering

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 26 november 2025, wordt het beroep van eiseres, een B.V. uit [plaats], tegen de afwijzing van haar aanvraag voor het aanleggen van zonnepanelen in de beschermingszone van de primaire waterkering en voor het graven van een greppel behandeld. Eiseres is van mening dat de afwijzing onterecht is en voert verschillende beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelt dat het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de aanleg van zonnepanelen niet voldoet aan de beleidsregels, omdat dit de toekomstige dijkversteviging ontoelaatbaar duur zou maken. Bovendien is de weigering niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Eiseres had eerder een ontheffing verkregen voor het realiseren van een kassencomplex, maar de rechtbank oordeelt dat deze ontheffing niet relevant is voor de huidige aanvraag. De rechtbank concludeert dat het college de aanvraag voor zowel de zonnepanelen als de greppel terecht heeft geweigerd, en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8292

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.C. van Meppelen Scheppink),
en

het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland

(gemachtigden: mr. T.P.J. Steenland-Mulder en R.H.J. van Eimeren).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor het aanleggen van zonnepanelen in de beschermingszone van de primaire waterkering en voor het graven van een greppel. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 13 februari 2023 een aanvraag ingediend voor het plaatsen van zonnepanelen op de [locatie 1] en de [locatie 2] in [plaats], in de beschermingszone van de primaire waterkering. Op 29 december 2023 heeft eiseres de aanvraag aangevuld met de aanleg van een greppel voor het bergen en afvoeren van overtollig hemelwater. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 6 maart 2024 afgewezen omdat de aanvraag niet voldoet aan de beleidsregels.
2.1.
Met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college, onder aanvulling van de motivering, bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] en [persoon B] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Voorgeschiedenis
3. Eiseres heeft in 2007 een ontheffing verkregen voor het realiseren van een kassencomplex en daarvoor benodigde werkzaamheden in en nabij een aantal watergangen. Eiseres heeft de werkzaamheden nog niet volledig gerealiseerd en heeft ter overbrugging op die locatie zonnepanelen aangelegd. Eiseres heeft aangevoerd dat de zonnepanelen onder de in 2007 verleende ontheffing vallen. Partijen zijn het hier echter niet over eens. De rechtbank stelt vast dat de omvang van de ontheffing van 2007 geen onderwerp is van het geschil wat nu voorligt. De beroepsgronden over deze ontheffing zal de rechtbank daarom niet behandelen.
Toetsingskader
4. Op deze aanvraag is het recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing. [1]
4.1.
Het college heeft de aanvraag getoetst aan de Keur Waterschap Rivierenland 2014 (Keur) en de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 (Beleidsregels).
4.2.
Uit artikel 3.2, eerste, vijfde en zesde lid van de Keur volgt dat het verboden is om:
1. zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren;
5. zonder watervergunning van het bestuur in, op, boven, over of onder het waterstaatswerk en in het gebied gelegen tussen het waterstaatswerk en de op de legger aangegeven bouwgrens werken op te richten;
6. zonder watervergunning van het bestuur in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen, te vervangen, te verwijderen of te behouden.
4.3.
In de Beleidsregels zijn de toetsingscriteria opgenomen waaraan een aanvraag om watervergunning wordt getoetst. In artikel 5.18a zijn de criteria opgenomen voor bouwwerken in en op een primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone.
De weigering
5. Het college heeft de aanvraag geweigerd omdat het aanleggen van zonnepanelen tussen de bouwgrens en de buitendijkse zijde van de waterkering niet voldoet aan de beleidsregels. De waterkering voldoet namelijk niet op het onderdeel macrostabiliteit en de aanleg van de zonnepanelen zal de uitvoering van een dijkversterking verhinderen of negatief beïnvloeden. Er zijn volgens het college geen redenen om van de beleidsregels 4.7 en 5.18A af te wijken.
5.1.
Daarnaast voldoet ook het graven van een greppel in de beschermingszone en de buitenbeschermingszone van een primaire waterkering niet aan de beleidsregels, omdat niet wordt voldaan aan de minimale afmetingen en de nieuwe watergang niet is aangesloten op het bestaande systeem. Eiseres heeft de ontgraving voor een deel al uitgevoerd, dit heeft een negatieve invloed op de stabiliteit van de waterkering.
Heeft het college de aanvraag voor het aanleggen van zonnepanelen mogen weigeren?
6. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat het aanleggen van de zonnepanelen niet vergund kan worden. Omdat eiseres een ontheffing heeft waarmee zij op dezelfde locatie een kassencomplex mag realiseren, zou zij een vergunning moeten kunnen krijgen om zonnepanelen aan te leggen. Zonnepanelen zijn namelijk een veel minder ingrijpende ontwikkeling dan een kassencomplex. Het is ook onvoldoende duidelijk wanneer de dijkversteviging plaats zal vinden.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit en de onderliggende stukken heeft het college toegelicht waarom de aanvraag niet binnen de beleidsregels past en waarom het college ook niet kan afwijken van het beleid. Het college heeft vastgesteld dat de dijk ter plekke verstevigd moet worden. De aanwezigheid van de zonnepanelen zal ertoe leiden dat de kosten voor deze toekomstige dijkversteviging ontoelaatbaar zullen stijgen. Dat eiseres naar haar mening beschikt over een ontheffing waarmee zij veel ingrijpendere werkzaamheden mag verrichten doet daar niet aan af, omdat het college bij de beoordeling van de aanvraag gehouden is aan de geldende beleidsregels. Ook het feit dat het college nog niet exact weet wanneer de dijk verstevigd zal worden, doet daar niet aan af. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college de aanvraag weigeren.
Heeft het college de aanvraag voor het graven van een greppel mogen weigeren?
7. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat het graven van een greppel niet vergund kan worden. Bovendien is er geen sprake van een greppel, omdat de grond is opgehoogd en niet afgegraven.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit en de onderliggende stukken heeft het college toegelicht waarom de aanvraag niet binnen de beleidsregels past en waarom het college ook niet kan afwijken van het beleid. Het college heeft vastgesteld dat het realiseren van de greppel een negatieve invloed heeft op de stabiliteit van de waterkering. Eiseres heeft volstaan met de stelling dat de aanvraag vergund had moeten worden en nagelaten uit te leggen waarom de motivering van het college niet klopt en waarom de aanvraag wel binnen het beleid zou passen. Dat eiseres op de zitting voor het eerst heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een greppel omdat de grond verhoogd wordt en niet wordt afgegraven, doet daar niet aan af. Eiseres heeft namelijk een vergunning voor het graven van een greppel ingediend en het college is gehouden de aanvraag te beoordelen zoals deze is ingediend. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de tekening bij de vergunningsaanvraag een vergraving laat zien die het water moet afvoeren met een bijbehorende afmeting. Dit heeft eiseres ook niet betwist. Het college heeft de aanvraag terecht geweigerd.
Is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 of 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?
8. Eiseres betoogt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet voldoende is gemotiveerd.
8.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het voorgaande volgt immers dat er geen sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding en dat de weigering voldoende is gemotiveerd.
Is het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel?
9. Eiseres betoogt dat het besluit onevenredige gevolgen voor haar heeft. Eiseres zal namelijk in 2026 beginnen met het realiseren van het kassencomplex waarvoor ze in 2007 de ontheffing heeft gekregen. De gevraagde vergunning is dus alleen ter overbrugging van de periode tot de bouw van het kassencomplex.
9.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres heeft namelijk niet geconcretiseerd wat de onevenredige gevolgen van de afwijzing van de aanvraag inhouden. Het is daarom niet gebleken dat eiseres onevenredige gevolgen ervaart als gevolg van het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt dat het college niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld en de aanvraag van eiseres mocht afwijzen.
Heeft het college terecht geen proceskostenvergoeding aan eiseres toegekend?
10. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte geen proceskostenvergoeding in de bezwaarfase heeft toegekend, omdat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.
10.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit artikel 7:15 van de Awb volgt dat het bestuursorgaan alleen een proceskostenvergoeding toekent als het primaire besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Omdat het college met het bestreden besluit het primaire besluit niet heeft herroepen, is er geen aanleiding voor toekenning van een proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedure. Het college heeft terecht geen proceskostenvergoeding toegekend.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingsrecht. Zie ook ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:457, ro. 1.