ECLI:NL:RVS:2025:457
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.M. van Ravels
- C.H. Bangma
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen watervergunning voor waterkrachtcentrale Alphen/Lith met vissterftevoorschriften
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende op 31 mei 2022 een watervergunning aan Vattenfall voor het onttrekken en terugbrengen van water via de waterkrachtcentrale (wkc) te Alphen/Lith. Vattenfall en Sportvisserij Nederland stelden beroep in tegen dit besluit, waarbij Vattenfall bezwaar maakte tegen de gehanteerde vissterftenorm en voorschriften, en Sportvisserij Nederland zich zorgen maakte over de ecologische impact en de vergunning voor onbepaalde tijd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht een ecologisch inzicht toepast dat een cumulatieve vissterfte van maximaal 10% toelaat, verdeeld over de twee waterkrachtcentrales in het gebied, en dat de aan de vergunning verbonden voorschriften, waaronder visvriendelijk turbinebeheer en stillegmaatregelen, passend en deugdelijk zijn onderbouwd. De voorgestelde alternatieven van Vattenfall werden onvoldoende gegrond verklaard.
Verder werd geoordeeld dat de vergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend, mede omdat de Waterwet mogelijkheden biedt voor ambtshalve wijziging of intrekking bij veranderde omstandigheden. De minister heeft ook voldoende gemotiveerd waarom de huidige turbines en maatregelen als beste beschikbare technieken (BBT) gelden. De bezwaren van Sportvisserij Nederland over onvoldoende bescherming van overige vissoorten en stroomopwaartse migratie werden verworpen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de watervergunning voor de waterkrachtcentrale Alphen/Lith worden ongegrond verklaard.