14.1.Volgens het ECAL zijn de onder 14 genoemde stukken de enige stukken die voorhanden zijn. [persoon B] heeft, in het kader van de overdracht aan [persoon C], archiefwaardige documenten aan hem verzonden. Deze stukken waren niet archiefwaardig voor het ECAL.
15. Bij besluit van eveneens 3 november 2021 op het AVG-verzoek heeft het ECAL eiser meegedeeld dat, in het kader van de werkzaamheden van [persoon B] voor de gemeente Kampen geen waarderende gegevens van- en/of persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt.
16. Op 4 november 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de onder 14 en 15 genoemde besluiten van 3 november 2021.
16. Op 22 december 2021 heeft het ECAL eiser meegedeeld dat alle informatie die voorhanden is al aan eiser is verstrekt en dat er niet meer informatie is die kan worden verstrekt. Het ECAL houdt zich aan de bepalingen uit de Archiefwet 1995. Zowel de Wob als de AVG legt het ECAL niet de verplichting op om de gevraagde informatie bij derden op te vragen.
18. Op 25 januari 2022 heeft het ECAL eiser – als aanvullende reactie op zijn bezwaarschrift van 4 november 2021 ten aanzien van het AVG-verzoek – meegedeeld dat niet is uitgesloten dat tussen eiser en [persoon B], vanwege hun functie bij de gemeente Kampen, sprake was van zakelijk e-mailverkeer. In die zin zijn persoonsgegevens, namelijk zakelijke e-mailadressen, gebruikt ten behoeve van e-mailwisselingen. Deze e-mailwisselingen zijn echter niet opgeslagen en/of anderszins verwerkt bij het ECAL.
Verder heeft het ECAL eiser – als aanvullende reactie op zijn bezwaarschrift van
4 november 2021 ten aanzien van het Wob-verzoek – meegedeeld dat destijds, in het kader van de overdracht van lopende zaken aan de nieuwe stadsarchivaris, informatie is overgedragen. Deze informatie is niet archiefwaardig voor het ECAL en daarom ook niet meer voorhanden. Het ECAL gaat ervan uit dat deze informatie bij de gemeente Kampen beschikbaar is en heeft het Wob-verzoek van eiser daarom doorgezonden naar de gemeente Kampen.
19. Eiser heeft op 26 januari 2022 twee ingebrekestellingen ingediend bij het ECAL, tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaren tegen de besluiten op verzoek A en verzoek B. Bij afzonderlijke besluiten van 1 februari 2022 heeft het ECAL beslist op deze ingebrekestellingen. Volgens het ECAL zijn geen dwangsommen verbeurd. Voor wat betreft het AVG-verzoek legt het ECAL hieraan ten grondslag dat al op 22 december 2021, en dus tijdig, een beslissing op bezwaar is genomen.
Voor wat betreft het Wob-verzoek legt het ECAL hieraan ten grondslag dat paragraaf 4.1.3.2 van de Awb, dat gaat over de dwangsom bij niet tijdig beslissen, niet van toepassing is op besluiten op grond van de Wob.
20. Op 12 maart 2022 heeft eiser drie bezwaarschriften ingediend, namelijk:
bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar van 4 november 2021. Op zitting heeft eiser desgevraagd toegelicht dat dit ziet op het AVG-verzoek;
bezwaar tegen het besluit van 1 februari 2022 over de ingebrekestelling ten aanzien van het Wob-verzoek (verzoek A);
bezwaar tegen het besluit van 1 februari 2022 over de ingebrekestelling ten aanzien van het AVG-verzoek (verzoek B).
21. Op 11 september 2023 heeft eiser het ECAL vier keer in gebreke gesteld. Volgens eiser heeft het ECAL niet tijdig beslist op:
het bezwaar van 4 november 2021 inzake het Wob-verzoek;
het bezwaar van 12 maart 2022 tegen het besluit van 1 februari 2022 inzake het Wob-verzoek;
het bezwaar van 4 november 2021 inzake het AVG-verzoek;
het bezwaar van 12 maart 2022 tegen het besluit van 1 februari 2022 inzake het AVG-verzoek.
Het besluit van 24 mei 2024 (ten aanzien van verzoeken A en B)
22. Bij besluit van 24 mei 2024 heeft het ECAL als volgt beslist.
Het bezwaar van 12 maart 2022, zoals vermeld onder 20 onder 1, is ongegrond. Het ECAL legt hieraan ten grondslag dat er al op 22 december 2021, aangevuld op
25 januari 2022, op het bezwaar is beslist. Eiser kon dus geen bezwaar maken tegen het uitblijven van een beslissing. Omdat op 12 maart 2022 de termijn voor het instellen van beroep was verstreken, wordt het bezwaar niet meer doorgezonden naar de rechtbank.
De bezwaren van 12 maart 2022, zoals vermeld onder 20 onder 2 en 3, zijn ongegrond, omdat er volgens het ECAL al op 22 december 2021, aangevuld op 25 januari 2022, op de bezwaren van 4 november 2021 is beslist.
Ten aanzien van de ingebrekestellingen van 11 september 2023, zoals vermeld onder 21 onder 1 en 3, zijn geen dwangsommen verbeurd. Er is namelijk tijdig op de bezwaren beslist.
Ten aanzien van de ingebrekestelling van 11 september 2023, zoals vermeld onder 21 onder 2, is geen dwangsom verbeurd. Weliswaar is nog geen beslissing op bezwaar genomen, maar paragraaf 4.1.3.2 van de Awb is niet van toepassing is op besluiten op grond van de Wob.
Ten aanzien van de ingebrekestelling van 11 september 2023, zoals vermeld onder 21 onder 4, is een dwangsom verbeurd.
Het Woo-verzoek van 24 april 2023 (verzoek C)
Het verzoek
23. Op 24 april 2023 heeft eiser op grond van de Woo het ECAL verzocht om kopieën van, subsidiair inzage in, documenten en communicatie bij het ECAL of onder het ECAL aanwezig inzake de detachering/pro bono publico inzet (de aangelegenheid) van [persoon B] bij de gemeente Kampen voor het tijdvak 1 juli 2017 tot 1 april 2021.