ECLI:NL:RVS:2020:2163
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over misbruik van recht bij Wob-verzoek gemeente Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde terug te komen op eerdere besluiten en stelde een nieuw Wob-verzoek van de verzoeker buiten behandeling wegens misbruik van recht. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat er geen sprake was van misbruik en dat het college had moeten vragen om specificering van het verzoek.
Het college ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat misbruik van recht kan worden aangenomen indien rechten of bevoegdheden evident zonder redelijk doel of met kwade trouw worden aangewend. Uit eerdere uitspraken bleek dat de verzoeker zijn Wob-verzoeken gebruikte om de gemeente te frustreren en onder druk te zetten, niet om informatie te verkrijgen.
De Afdeling concludeerde dat het nieuwe Wob-verzoek inhoudelijk gelijk was aan eerdere verzoeken die reeds als misbruik van recht waren aangemerkt. Het college hoefde daarom niet te vragen om specificering. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de verzoeker ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de verzoeker wordt ongegrond verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van Wob-verzoeken.