ECLI:NL:RBGEL:2025:10380

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
ARN 24/8680
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2023HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019CIZ-richtlijn 2006
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen verlaging maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp Wmo 2015

Eiser, die sinds een val in 2016 ernstige fysieke beperkingen en een visuele beperking heeft, maakt bezwaar tegen de verlaging van zijn maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp van 240 naar 200 minuten per week door het college van burgemeester en wethouders van Montferland.

De rechtbank beoordeelt dat het college de indicatie heeft vastgesteld op basis van het HHM Normenkader 2019, een deugdelijk en erkend onderzoeksinstrument, en dat de extra tijd voor de omvang van de woning en de beperkingen van eiser adequaat is toegekend. Het college heeft vijftien minuten extra toegekend voor de drie extra kamers en 30 minuten voor de wasverzorging, waarbij rekening is gehouden met de zelfstandigheid van eiser.

Eiser betoogt dat hij meer tijd nodig heeft vanwege zijn visuele beperking, knoeien en instabiliteit, en dat twee zorgmomenten per week noodzakelijk zijn. De rechtbank oordeelt dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat hij en de zorgverlener nooit eerder een tweede zorgmoment noodzakelijk achtten en hij zelfstandig een groot deel van de was kan doen.

De rechtbank concludeert dat het college terecht het bezwaar heeft afgewezen en het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8680

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, het college
(gemachtigde: H.J.C. Jonkman).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het college om zijn maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) met ingang van 23 december 2024 te verlagen met 40 minuten per week naar 200 minuten per week. Eiser is het niet eens met de herindicatie. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het college heeft met het besluit van 25 juni 2024 het aantal minuten hulp bij het huishouden verlaagd met 40 minuten per week naar 200 minuten per week. Deze indicatie is geldig voor onbepaalde tijd. Met het bestreden besluit van 25 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Eiser is in 2016 tijdens schilderwerkzaamheden van een ladder gevallen. Bij die val heeft eiser een gebroken rug, ribben en een nekwervelfactuur opgelopen. In hetzelfde jaar heeft eiser ook een ooginfarct gehad, waarbij zijn oogzenuw is aangetast. Eiser is daardoor zo goed als blind geworden. Bovendien heeft eiser last van leeftijdsgerelateerde klachten als vermoeidheid en een beperkte bewegingsvrijheid bij het bukken en reiken.
3.1.
Door de fysieke gezondheidsproblemen heeft eiser hulp nodig bij het lichte en zware huishoudelijk werk. Eiser heeft hulp nodig bij het stofzuigen, dweilen, het schoonmaken van de badkamer en het toilet, het schoonmaken van de keuken, verschonen van beddengoed, afstoffen van de hoge en lage meubels, opruimen en het zemen van de ramen aan de binnenzijde. Omdat eiser vanwege zijn visuele beperking regelmatig dingen laat vallen of knoeit, moet er vaker goed schoongemaakt worden. Eiser wordt ook ondersteund bij het uitvoeren van een deel van de was. Zo wordt hij door de huishoudelijke hulp ondersteund bij het uitzoeken van de vuile was en bij elkaar zoeken van de sokken. Eiser is zelfstandig in staat om de vuile was in de machine te stoppen, de was op te hangen, op te vouwen en terug in de kast te leggen.
3.2.
De woning van eiser heeft een woonkamer, keuken, toilet, badkamer met toilet en vier overige kamers. Eén van die vier kamers wordt gebruikt als slaapkamer. Ook heeft de woning een voor- en achtertuin met schuur.
3.3.
Eiser wordt geholpen vanuit zijn sociale netwerk. Eiser wordt incidenteel ondersteund door zijn buurvrouw bij hand-en-spandiensten. Daarnaast controleert een kennis de spullen in de koelkast en voorraadkasten op houdbaarheidsdatum.
3.4.
Eiser heeft sinds 9 augustus 2021 hulp bij het huishouden van 240 minuten per week. De huishoudelijke hulp komt één keer in de week. De manier waarop de huishoudelijke hulp wordt vastgesteld, is per 1 oktober 2023 veranderd in de gemeente Montferland. Een Wmo-consulent van de gemeente Montferland heeft een huisbezoek afgelegd bij eiser, om zijn situatie opnieuw te bekijken en volgens de nieuwe richtlijn een indicatie vast te stellen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Met het besluit van 25 juni 2024 wordt met ingang van 23 december 2024 de duur van de huishoudelijke hulp aan eiser opnieuw vastgesteld op 200 minuten per week. De indicatie is geldig voor onbepaalde tijd, omdat de verwachting is dat de klachten niet zullen verbeteren. Eiser krijgt 125 minuten per week voor volledige overname van de basis-cliëntsituatie, 30 minuten per week om tegemoet te komen aan eisers beperkingen en belemmeringen, vijftien minuten per week voor extra kamers die niet in gebruik zijn als slaapkamer en 30 minuten voor de wasverzorging. Aan het besluit ligt een ondersteuningsplan van 4 juni 2024 ten grondslag.
5. Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Aan dit besluit ligt een rapportage bezwaar en beroep van 23 oktober 2024 ten grondslag.
Opmerking vooraf
6. De rechtbank stelt vast dat onduidelijk is wat het standpunt van eiser is inzake de omvang van de benodigde huishoudelijk hulp. In de gronden van beroep (randnummers 3b en 10) stelt eiser dat hij vier uur (240 minuten) huishoudelijke hulp per week wenst, in feite continuering van de indicatie waarover hij reeds beschikte. Echter, wanneer de rechtbank de door eiser gewenste extra minuten op de verschillende onderdelen (‘resultaten’) bij elkaar optelt, komt de rechtbank tot een totaal van 305 minuten, wat aanzienlijk meer is dan vier uur. Eiser en zijn gemachtigde hebben er voor gekozen niet ter zitting te verschijnen, waardoor de rechtbank hierover ook geen duidelijk heeft kunnen krijgen. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van eiser.
Had het college meer tijd moeten toekennen voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’?
Heeft eiser recht op meer minuten huishoudelijke hulp vanwege de omvang van de woning?
7. Eiser betoogt dat de verstrekte maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden ontoereikend is. Eiser voert daartoe aan dat het college meer tijd had moeten toekennen vanwege de omvang van zijn woning. De basismodule uit het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (hierna: het HHM Normenkader 2019) van bureau HHM is niet passend vanwege de omvang van de woning van eiser. De oppervlakte van zijn woning (125 m²) overstijgt ver de gemiddelde omvang van een woning in Utrecht (63 m²), waar het KPMG- en het HHM-onderzoek voornamelijk heeft plaatsgevonden en waaruit het HHM Normenkader 2019 tot stand is gekomen. Vanwege de grootte van de woning van eiser zou vijftien minuten per week extra tijd moeten worden toegekend.
7.1.
In de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2023 (hierna: Beleidsregels) is opgenomen dat voor de beoordeling en onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp gebruik wordt gemaakt van het HHM Normenkader 2019. [1]
7.2.
Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat regels op basis waarvan de omvang wordt vastgesteld van een maatwerkvoorziening moeten steunen op deugdelijk onderzoek verricht door onafhankelijke, geen belang bij de uitkomst hebbende, derden. [2]
7.3.
Het HHM Normenkader 2019 voorziet in een basismodule in uren/minuten per jaar voor het resultaat schoon en leefbaar huis. Bureau HHM heeft de normtijden in het HHM Normenkader 2019 gebaseerd op een bundeling van verschillende onderzoeken naar nieuwe actuele maatstaven voor huishoudelijke hulp die in de voorliggende jaren zijn uitgevoerd voor verschillenden gemeenten. Het HHM Normenkader 2019 is dus niet alleen gebaseerd op de gemiddelde omvang van een woning in Utrecht. De CRvB heeft geoordeeld dat het HHM Normenkader 2019, voor zover dat ziet op het resultaat schoon en leefbaar huis, ten aanzien van de in het normenkader opgenomen basismodule, mag worden ingezet als uitgangspunt bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp. [3] Het is een rapport dat voldoet aan de onder 7.2 genoemde eisen.
7.4.
In het HHM Normenkader 2019 staan verschillende invloedsfactoren benoemd, die maken dat inzet van meer of minder ondersteuningstijd nodig is. [4] Een grotere woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Het college is uitgegaan van de basis-cliëntsituatie die volgt uit het HHM Normenkader 2019. Het normenkader gaat uit van een woning met een hal, woonkamer, keuken, badkamer met toilet, indien aanwezig een tweede toilet en een slaapkamer. Vervolgens heeft het college conform het normenkader voor de drie extra kamers in het huis van eiser vijf minuten per kamer per week extra verstrekt. Niet in geschil is dat deze kamers niet in gebruik zijn als slaapkamer en dat het HHM Normenkader 2019 voorschrijft dat voor kamers als deze vijf minuten per kamer per week wordt verstrekt. De toegekende extra vijftien minuten komt dus overeen met wat eiser verzoekt. Nog daargelaten dat het college de door eiser gestelde oppervlakte van zijn woning betwist, heeft eiser geen onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat, gelet op de omvang van zijn woning, (nog) meer tijd moet worden toegekend. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft eiser recht op meer minuten huishoudelijke hulp vanwege knoeien?
8. Eiser stelt dat één keer huishoudelijke hulp in de week niet voldoende is, dat moeten twee momenten zijn. Eiser heeft een visuele beperking waardoor hij knoeit en dat betekent dat er vaker moet worden schoongemaakt. Ook het toilet moet vaker worden schoongemaakt, omdat eiser niet kan zien of hij het toilet schoon of vies achterlaat. Daarom had er 60 minuten extra moeten worden toegekend in plaats van 30 minuten extra.
8.1.
De rechtbank oordeelt dat deze beroepsgrond niet slaagt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat een tweede zorgmoment in de week noodzakelijk is. Het college heeft daarbij mogen overwegen dat eiser sinds 24 april 2017 huishoudelijke hulp krijgt en dat die huishoudelijke hulp in al die tijd op één zorgmoment per week is geleverd. In die periode zijn eiser en de zorgverlener nooit van mening geweest dat twee zorgmomenten per week noodzakelijk zijn. Er is geen sprake van een recente achteruitgang in de situatie van eiser die een tweede zorgmoment rechtvaardigt. Het college heeft aangegeven dat het eiser niettemin vrij staat zijn indicatie over twee zorgmomenten te verdelen. De rechtbank is verder van oordeel dat het college terecht stelt dat het betoog van eiser over de gestelde noodzaak van 60 extra minuten huishoudelijke hulp niet overeen komt met de mate van zelfstandigheid die eiser heeft en de hulpmiddelen en trucjes waar eiser blijkens de bevindingen zoals genoemd in ondersteuningsplan van 4 juni 2024 gebruik van maakt. Evenmin is gebleken dat eiser last heeft van incontinentie. De rechtbank acht verder van belang dat volgens het HHM Normenkader 2019 tot 60 minuten extra inzet in het algemeen aan de orde is als een tweede bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is vanwege extra vaak of extra goed moeten schoonmaken. [5] Zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld is de noodzaak van een tweede schoonmaakmoment per week niet aannemelijk gemaakt. Het college heeft eiser, aanvullend op de basismodule schoon en leefbaar huis van 125 minuten per week, in aanmerking gebracht voor 30 minuten per week op grond van “meer inzet door beperkingen en belemmeringen cliënt”. Hiermee is het college naar het oordeel van de rechtbank voldoende tegemoet gekomen aan het knoeien door eiser. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat die 30 minuten extra per week in zijn geval onvoldoende zijn. Het college mocht daarom volstaan met het toekennen van 30 minuten extra op één zorgmoment per week.
Had het college meer tijd moeten toekennen voor het resultaat wasverzorging?
9. Eiser stelt dat hij in het geheel niet kan bijdragen aan de was. Hij is namelijk instabiel. Er moet volgens eiser daarom – en ook omdat hij knoeit wat leidt tot meer was – geen 30 minuten, maar 60 extra minuten worden toegekend voor de wasverzorging
9.1.
In het ondersteuningsplan van 4 juni 2024 heeft het college toegelicht dat bij de beoordeling en onderbouwing van de maatwerkvoorziening wasverzorging gebruik wordt gemaakt van de CIZ-richtlijn 2006.
9.2.
Het college heeft bij de indicatie voor hulp bij het huishouden rekening gehouden met de eigen kracht van eiser. Volgens de Beleidsregels wordt onder eigen kracht verstaan:
“Onder eigen kracht kan ook letterlijk de eigen kracht worden verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het in staat zijn om bepaalde huishoudelijke taken (deels) zelf uit te voeren. Daarbij zal het college bijvoorbeeld rekening kunnen houden met een (rustiger) tempo waarbinnen dat gebeurt maar ook met redelijkerwijs in acht te nemen leefregels waardoor de huishoudelijke taken verspreid over de week kunnen worden uitgevoerd (CRVB:2022:308)”. [6]
9.3.
De rechtbank stelt vast dat college onderzoek heeft gedaan naar de hulpvraag van eiser. Uit het ondersteuningsplan blijkt dat het college gerichte vragen heeft gesteld aan eiser over het doen van de was. Uit hetgeen eiser heeft verklaard heeft het college kunnen concluderen dat hij zelfstandig vuile was in de wasmachine stopt, de was ophangt en de was opvouwt en opbergt in de kast. Eiser heeft zichzelf trucjes geleerd om dit alles uit te kunnen voeren. De rechtbank stelt vast dat eiser deze bevindingen inhoudelijk niet heeft betwist, anders dan dat hij stelt dat hij de was niet kan doen, omdat hij niet stabiel is. Die enkele stelling is zonder verdere onderbouwing gelet op het voorgaande onvoldoende.
9.4.
Eiser heeft daarnaast aangevoerd dat er meer was ontstaat, omdat hij door zijn visuele beperking veel knoeit. Het college heeft onbetwist gesteld dat eiser niet incontinent is. Daarom hoeft er geen extra beddengoed, handdoeken of ondergoed gewassen te worden. Eiser heeft hulp nodig bij het sorteren van de was en bij elkaar zoeken van sokken. Als eiser knoeit op zijn kleding, kan hij dat zelfstandig wassen. Dat leidt niet noodzakelijkerwijs tot meer huishoudelijke hulp. Het college mocht daarom volstaan met het toekennen van 30 minuten voor de wasverzorging. De beroepsgrond slaagt niet.
Had het college meer tijd moeten toekennen voor de overname van regie (resultaat: regie/organisatie, advies-instructie-voorlichting)?
10. Eiser stelt dat hij overname van regie nodig heeft, omdat hij praktisch blind is.
Daarvoor zou 30 minuten extra huishoudelijke hulp per werk geïndiceerd moet worden.
10.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft tijdens de zitting toegelicht dat niet is gebleken dat eiser extra tijd of toezicht nodig heeft. De rechtbank volgt het college daarin. De rechtbank is niet gebleken dat eiser niet in staat is zelf de regie te voeren over het huishouden. Integendeel, uit het ondersteuningsplan blijkt dat het eiser lukt, met trucjes en hulpmiddelen, zelfstandig drinken te bereiden, maaltijden op te warmen, persoonlijke verzorging uit te voeren en zelfs een deel van de wasverzorging te doen.

Conclusie en gevolgen

11. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep niet slaagt. Eiser krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie paragraaf 6.1, onder ‘wijze van indiceren en financieren’, van de Beleidsregels.
2.Zie bijvoorbeeld uitspraak van de CRvB van 9 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:46.
3.CRvB 13 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2023:2470.
4.HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019, p. 19-22.
5.HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019, p. 26.
6.Zie paragraaf 3.2.1 van de Beleidsregels.