ECLI:NL:RBGEL:2025:10449

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
ARN 23/6918
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering Wajong-uitkering en beoordeling arbeidsvermogen van eiser met gedragsproblematiek

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 5 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen de weigering van een Wajong-uitkering behandeld. Eiser, geboren in 2004, heeft op 11 mei 2022 een beoordeling van zijn arbeidsvermogen aangevraagd, welke door het UWV op 15 februari 2023 is afgewezen. Het UWV concludeerde dat eiser op de datum in geding tenminste vier uur per dag belastbaar was en beschikte over basale werknemersvaardigheden. Eiser is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2024 behandeld en het onderzoek op 28 januari 2025 heropend. De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser over arbeidsvermogen beschikt, ondanks zijn gedragsproblematiek, ADHD en licht verstandelijke beperking. De rechtbank concludeert dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering, omdat hij voldoet aan de criteria voor arbeidsvermogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/6918

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: J.M. Marquenie).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze weigering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de Wajong-uitkering.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat eiser op de datum in geding (11 mei 2022) tenminste vier uur per dag belastbaar was en beschikte over basale werknemersvaardigheden, en daarmee over arbeidsvermogen. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 11 mei 2022 heeft eiser een beoordeling van zijn arbeidsvermogen aangevraagd. Met het besluit van 15 februari 2023 heeft het UWV deze aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 september 2023 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV. Het onderzoek is op de zitting gesloten.
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek op 28 januari 2025 heropend.
2.4.
Bij brief van 10 februari 2025 heeft het UWV een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) toegestuurd.
2.5.
Bij brief van 11 maart 2025 heeft eiser hierop gereageerd.
2.6.
Geen van de partijen heeft, nadat zij zijn gewezen op hun recht nogmaals ter zitting te worden gehoord, binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2004. Hij is achttien jaar geworden op [geboortedatum] 2022. Eiser heeft het voortgezet speciaal onderwijs (vso) afgerond en hierbij verschillende certificaten behaald. Ook heeft hij verschillende bijbaantjes gehad en zijn rijbewijs behaald. Op zeventienjarige leeftijd is hij van het ROC [1] gestuurd. Omdat bij eiser sprake was van veelvuldig schoolverzuim, zelfbepalend gedrag en omdat hij meermaals in aanraking is geweest met de politie, zijn er diverse vormen van (intensieve) hulpverlening ingeschakeld voor eiser. Door de kinderrechter is een ondertoezichtstelling uitgesproken en eiser is tijdelijk uithuisgeplaatst geweest. Ook heeft eiser tijdelijk in de gesloten jeugdzorg gezeten en heeft hij tijdelijk bij een zorginstelling van Pluryn verbleven.
3.1.
Op 11 mei 2022 heeft eiser een beoordeling van zijn arbeidsvermogen aangevraagd. In dat kader vindt een medische en arbeidsdeskundige beoordeling plaats. Met het besluit van 15 februari 2023 besluit het UWV om de aanvraag af te wijzen, omdat eiser op de datum in geding beschikt over arbeidsvermogen. Met het bestreden besluit is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Aan het bestreden besluit ligt een rapport van een verzekeringsarts b&b en een rapport van een arbeidsdeskundige b&b ten grondslag.
Het beoordelingskader
4. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft. [2] Het UWV moet daarom beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden;
- eiser kan niet een uur aangesloten werken;
- eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar.
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan, dan ontbreekt arbeidsvermogen. In dat geval moet worden beoordeeld of deze situatie duurzaam is.
De beoordeling wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek. [3]
4.1.
Bij deze beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ (Compendium) vastgesteld.
Is eiser tenminste vier uur per dag belastbaar?
5. Eiser voert aan dat hij niet tenminste vier uur per dag belastbaar is, vanwege een objectief medische noodzaak. Zijn aandoeningen hebben een wezenlijke invloed op zijn energiehuishouding. Uit de verslaggeving van de orthopedagoog van 20 januari 2017 volgt dat eiser vanwege zijn aandoeningen niet kan werken en dat hij behoefte heeft aan veel rust, structuur en voorspelbaarheid. Ook uit eisers dagverhaal blijkt dat hij vanwege zijn aandoeningen recuperatiebehoefte heeft.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b navolgbaar gemotiveerd dat eiser tenminste vier uur per dag belastbaar is. De verzekeringsarts b&b sluit zich aan bij het oordeel van de (primaire) verzekeringsarts, dat eiser op zijn achttiende verjaardag beperkingen ondervond als gevolg van een ziekte of gebrek. Eiser is immers sinds zijn kinderleeftijd al bekend met onder meer ADHD, een licht verstandelijke beperking en een normoverschrijdende gedragsstoornis. Er is echter geen reden om een verminderde duurbelastbaarheid aan te nemen. Deze wordt namelijk alleen aangenomen als sprake is van verminderde beschikbaarheid (vanwege behandeling), preventief, of als sprake is van een stoornis in de energiehuishouding. [4] De verzekeringsarts b&b heeft toegelicht dat bij eiser geen sprake is van een stoornis, die een aanzienlijk tekort aan energie aannemelijk maakt. Er is ook geen sprake van een duidelijk te groot energieverbruik door de aard van eisers aandoeningen en/of verminderde mogelijkheden tot recuperatie als objectief medisch vast te stellen gevolg van een ziekte of gebrek. Eiser volgt ook geen behandeling/therapie ten tijde van de datum in geding, waardoor hij verminderd beschikbaar te achten zou zijn. Ook is er geen sprake van een indicatie waarom een verminderde duurbelastbaarheid op preventieve gronden aangenomen dient te worden. De rechtbank kan de verzekeringsarts b&b in deze motivering volgen.
5.2.
Eiser heeft in het beroepschrift van 17 november 2023 en het aanvullend beroepschrift van 25 oktober 2024 aangegeven medische gegevens op te vragen en te overleggen om zijn standpunt te onderbouwen. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep geen (nieuwe) informatie heeft overgelegd die niet eerder kenbaar bij de beoordeling door de verzekeringsartsen is betrokken. De beroepsgrond slaagt niet.
Beschikt eiser over basale werknemersvaardigheden?
6. Eiser voert aan dat hij vanwege zijn gedragsproblematiek, ADHD en licht verstandelijke beperking niet beschikt over basale werknemersvaardigheden. Hij heeft wel (met veel moeite) zijn rijbewijs en certificaten behaald, waarmee hij heeft aangetoond eenvoudige opdrachten te kunnen begrijpen, onthouden en uitvoeren. Vanwege zijn medische problematiek (gedragsstoornis(sen) en normoverschrijdend gedrag), is hij echter niet in staat om afspraken met een werkgever na te komen. Er bestaat een belemmering ten aanzien van het aanvaarden van gezag en accepteren van regels op de werkvloer. Eiser verwijst hierbij naar het ontwikkelingsverslag van Pluryn van 25 mei 2021, waaruit volgt dat eiser zich zowel thuis, op school, op werk, als tijdens zijn verblijf bij de instelling van Pluryn, niet aan afspraken kan houden.
6.1.
In het Compendium staat dat basale werknemersvaardigheden, vaardigheden zijn waarover iemand altijd moet beschikken om als werknemer in een arbeidsorganisatie te kunnen functioneren. Dit vraagt de volgende basale vaardigheden van een werknemer:
1. Instructies van de werkgever begrijpen, instructies onthouden en instructies uitvoeren.
Het gaat erom dat de werknemer instructies uitvoert zoals ze zijn bedoeld, niet om de vraag of iemand een specifieke taak kan uitvoeren.
2. Afspraken met de werkgever nakomen.
Het gaat hier zowel om het accepteren van gezag als om het accepteren van de regels waar de werknemer zich aan moet houden op last van het gezag.
Of een betrokkene beschikt over basale werknemersvaardigheden, wordt door zowel een verzekeringsarts, als een arbeidsdeskundige beoordeeld.
6.2.
Niet in geschil is dat eiser instructies kan begrijpen, onthouden en uitvoeren. Partijen zijn verdeeld over de vraag of eiser in staat is om afspraken met een werkgever na te komen.
6.3.
De (primaire) verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 15 december 2022 gesteld dat er grote twijfel is of eiser over de vereiste basale werknemersvaardigheden zou beschikken (hij heeft met name moeite met op tijd komen en in een gezagsverhouding kunnen functioneren). De gedragsstoornis(sen) van eiser hebben, ondanks diverse behandelingen, niet of nauwelijks geleid tot een verbetering op dit punt.
De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport van 29 augustus 2023 gesteld dat eiser wél beschikt over basale werknemersvaardigheden. Daarmee is de verzekeringsarts b&b afgeweken van het standpunt van de primaire verzekeringsarts. Dat is toegestaan, aangezien in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b voldoende gemotiveerd waarom eiser op de datum in geding beschikte over basale werknemersvaardigheden. Daarbij is het volgende van belang.
6.4.
De verzekeringsarts b&b heeft allereerst opgemerkt dat – in het kader van de Wajong-beoordeling – beoordeeld dient te worden dat het ontbreken van basale werknemersvaardigheden dient voort te komen uit ziekte of gebrek. Het ontbreken van basale werknemersvaardigheden kan, aldus de verzekeringsarts b&b, indien dit al het geval is, bij eiser slechts deels door ziekte verklaard worden. De verzekeringsarts b&b erkent dat bij eiser sprake is van verschillende aandoeningen, namelijk een normoverschrijdende gedragsstoornis, ADHD, zwakbegaafdheid, ouder-kindrelatieproblemen en leer- of onderwijsproblemen. De verzekeringsarts b&b sluit zich op dit punt aan bij de brief van de GZ-psycholoog van 6 januari 2021. In een eerder stadium (namelijk in 2017) werd al door de orthopedagoog aangegeven dat eisers ADHD in samenhang met zijn sociaal-emotionele ontwikkelingsproblematiek, zich uiteindelijk heeft geuit in oppositioneel gedrag. In de ontwikkelingsverslagen, opgesteld door eisers behandelaar bij Pluryn, van 25 mei 2021 en 10 augustus 2021 is aangegeven dat de opstandige kant, eisers coping mechanisme is geworden die hij zichzelf eigen heeft gemaakt om frustrerende situaties het hoofd te kunnen bieden bij gebrek aan sturing en begrenzing in zijn jonge jaren. De behandelaar geeft verder aan dat, bij een voor eiser ‘positieve’ context, opstandig gedrag niet wordt getoond. Hiermee wordt benadrukt dat het normoverschrijdende gedrag slechts in bepaalde situaties geuit wordt en beïnvloed wordt door de context. De activiteiten die eiser wenst te doen (bijvoorbeeld zijn rijbewijs halen), kan hij naar behoren uitvoeren, ongeacht zijn onderliggende aandoening, aldus de verzekeringsarts b&b.
6.5.
De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn rapport van 29 augustus 2023, waarbij is aangesloten bij het oordeel van de primaire arbeidsdeskundige, geconcludeerd dat eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden. Eiser kan eenvoudige opdrachten begrijpen en uitvoeren. Dit heeft hij laten zien op school (certificaten behaald) en hij heeft zijn rijbewijs behaald. Tijdens de hoorzitting in bezwaar begreep eiser de vragen en gaf hij adequaat antwoord. De arbeidsdeskundige b&b sluit zich aan bij het oordeel van de verzekeringsarts b&b, dat eiser in bepaalde situaties normoverschrijdend gedrag vertoont, wat sterk beïnvloed wordt door de omstandigheden. De arbeidsdeskundige b&b stelt dat eiser echter heeft laten zien activiteiten te kunnen uitvoeren die hijzelf belangrijk vindt. Dit blijkt ook uit de periode toen eiser in geslotenheid zat (in 2021). Als eiser duidelijkheid, grenzen en structuur ervaart, blijkt hij zich aan afspraken te kunnen houden. Eiser geeft aan dat hij zijn plannen om te gaan werken en een opleiding te volgen niet heeft uitgevoerd. Hij deed het enkel en alleen omdat hij naar huis wilde. Opleiding en werk interesseren hem niet, aldus eiser. De arbeidsdeskundige b&b stelt dat eiser zich desondanks aan afspraken kan houden, en zelfs in staat is tot het volgen van een opleiding, of het hebben van een bijbaan of stage. Ook houdt hij zich nog steeds aan afspraken met justitie.
6.6.
In de heropeningsbeslissing heeft de rechtbank het UWV verzocht om aanvullend te rapporteren of, en zo ja, in hoeverre het tot de aandoening(en) van eiser te herleiden valt dat hij zich er niet toe kan zetten om opdrachten uit te voeren dan wel te voltooien waarvoor zijn motivatie ontbreekt. En indien dit tot zijn aandoening te herleiden valt, of er desondanks een reële mogelijkheid is dat hij de hier bedoelde opdrachten uit kan voeren, of dat er reële mogelijkheden zijn om eisers motivatie te verbeteren.
6.7.
In reactie op de heropeningsbeslissing, heeft het UWV een aanvullend rapport van de verzekeringsarts b&b ingebracht van 6 februari 2025. De verzekeringsarts b&b stelt dat de volgende diagnosen van eiser van invloed kunnen zijn op zijn functioneren (waaronder het hebben van basale werknemersvaardigheden): normoverschrijdende gedragsstoornis, ADHD, zwakbegaafdheid, ouder-kindrelatieproblemen en leer- of onderwijsproblemen. De verzekeringsarts b&b merkt voorts op dat het coping mechanisme en de context van eiser waarin eisers gedrag moeten worden gezien geen aandoeningen zijn.
De rechtbank begrijpt hieruit – met andere woorden – dat het coping mechanisme niet is aan te merken als ziekte of gebrek. Evenmin is het gegeven dat eiser geen opstandig gedrag vertoont bij een voor hem ‘positieve’ context, aan te merken als ziekte of gebrek. Deze motivering kan de rechtbank volgen.
6.8.
Eiser heeft bij brief van 11 maart 2025 een reactie op dit aanvullend rapport gegeven. Eiser betoogt dat zijn problematiek (zijn opstandige kant) wel degelijk is te herleiden tot zijn aandoeningen, en niet slechts afhankelijk is van de context. Eiser verwijst naar het ontwikkelingsplan van Pluryn van 10 augustus 2021, waaruit volgt dat in situaties met school, politiecontacten en contacten met behandelaars, eisers motivatie ontbreekt. Hierdoor keert zijn problematische en zelfbepalende gedrag steeds terug.
De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hebben erkend dat eiser opstandig gedrag vertoont wanneer hij ergens niet gemotiveerd voor is. Dat staat niet ter discussie. De verzekeringsarts b&b heeft toegelicht dat dit echter niet behoort tot eisers aandoeningen, waardoor niet geoordeeld kan worden dat het (eventueel) ontbreken van basale werknemersvaardigheden voortkomt uit een ziekte of gebrek. Het is immers– naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) – vereist dat het ontbreken van basale werknemersvaardigheden het gevolg is van (of te herleiden is naar) een ziekte of gebrek. [5] Dat is bij eiser niet het geval.
6.9.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat afdoende is gemotiveerd dat eiser op de datum in geding beschikte over basale werknemersvaardigheden. De beroepsgrond slaagt niet.
7. Uit hetgeen hierboven is overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige, zoals eiser heeft gevraagd.
8. De rechtbank is van oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser op de datum in geding tenminste vier uur per dag belastbaar was en beschikte over basale werknemersvaardigheden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie en een uur aaneengesloten kan werken. Dit betekent dat eiser op de datum in geding over arbeidsvermogen beschikte. Er wordt daarom niet meer toegekomen aan de beoordeling van de duurzaamheid. [6]

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Regionaal Opleidingscentrum voor middelbaar beroepsonderwijs.
2.Zie artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong en artikel 1a, aanhef en eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
3.Zie bijvoorbeeld CRvB 5 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1018.
4.Dit volgt uit de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, die door het UWV wordt gehanteerd.
5.Zie bijvoorbeeld CRvB 25 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1436.
6.CRvB 18 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1974.