De rechtbank Gelderland heeft op 4 december 2025 de beroepen behandeld tegen de omgevingsvergunning verleend op 28 februari 2022 voor de bouw van varkens- en biggenstallen (fase 2) op een melkveehouderijlocatie. De vergunninghouder had eerder een milieuvergunning en een omgevingsvergunning voor milieu (fase 1) ontvangen, welke laatste door de rechtbank was vernietigd. Tegen die vernietiging loopt een hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eisers voerden aan dat de vergunning voor fase 2 niet had mogen worden verleend omdat de vergunning voor fase 1 niet rechtsgeldig was geworden, en dat een verklaring van geen bedenkingen van het college van gedeputeerde staten vereist was. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag voor fase 2 vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend en dat de Wabo daarop van toepassing bleef. De eisers hadden hun beroepsgronden met betrekking tot de provinciale omgevingsverordening en het geluidonderzoek ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning voor fase 1 op 7 juni 2021 was verleend en de vergunning voor fase 2 op 28 februari 2022, waarmee aan artikel 2.5, vierde lid, van de Wabo was voldaan. Het latere vernietigen van fase 1 en het buiten behandeling laten van de aanvraag voor fase 1 veranderde hier niets aan. Ook het bezwaar over het ontbreken van een waarborg voor erfbeplanting werd verworpen omdat het voorschrift en de situatieschets voldoende garanties boden. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.