ECLI:NL:RVS:2019:803
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor opschaling Windpark Westerse Polder ondanks bezwaren bewoners
Het college van burgemeester en wethouders heeft aan I.E. Projects B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van zeven windturbines door vijf grotere exemplaren in het Windpark Westerse Polder. Bewoners uit Numansdorp, op circa 1 km afstand, stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege bezwaren over bevoegdheid, natuurbescherming, ruimtelijke ordening en geluidhinder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de bewoners hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij betoogden onder meer dat de vergunning onrechtmatig was verleend door het verkeerde bevoegde bestuursorgaan, het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Wet natuurbescherming, onvoldoende toetsing aan provinciale verordeningen en de structuurvisie, en het nalaten van onderzoek naar cumulatieve geluidbelasting.
De Afdeling oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd was, mede door een geldige bevoegdheidsoverdracht. De Wet natuurbescherming werd niet geschonden omdat de aanvrager de ontheffing apart had aangevraagd. De toetsing aan de Verordening Ruimte Zuid-Holland en de Structuurvisie was adequaat, waarbij de ruimtelijke afwegingen en landschappelijke effecten voldoende waren onderzocht. Ten aanzien van geluidbelasting was geen nader onderzoek nodig omdat de woningen buiten de geluidcontouren lagen en andere geluidbronnen onvoldoende aannemelijk waren gemaakt als relevante cumulatieve factoren.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; omgevingsvergunning voor Windpark Westerse Polder bevestigd.