AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bestuursrechtelijke procedure omgevingsvergunning voor bedrijfsgebouw en woning
Deze uitspraak betreft een omgevingsvergunning die is verleend aan een derde-partij voor de bouw van een bedrijfsgebouw met een bedrijfswoning en berging. Eisers, bewoners van de nabijgelegen percelen, zijn het niet eens met deze vergunning en hebben beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 9 september 2025 de zaak behandeld. De rechtbank oordeelt dat het college de omgevingsvergunning onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank legt uit dat de vergunning in strijd is met de planregels van het bestemmingsplan en dat de belangen van de eisers niet voldoende zijn gewogen. De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar van 22 november 2024 en draagt het college op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers. Tevens wordt het college veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers. De uitspraak benadrukt het belang van goede ruimtelijke ordening en de noodzaak voor het college om de belangen van omwonenden in acht te nemen bij het verlenen van omgevingsvergunningen.
Voetnoten
1.Onder zaaknummer W.Z23. 106906.01.
2.Onder zaaknummer W.Z23. 108333.01.
3.Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) in samenhang met artikel 3.5.1., sub d (bedrijfsactiviteiten), artikel 3.3, sub a (situering), artikel 10.1, sub a en artikel 10.2, sub b (hekwerk met poort) van de planregels.
4.Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, j° Artikel 4, onderdeel 9, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor); ook wel kruimelgevallenregeling genoemd.
5.Raadsbesluit ‘Voorbereidingsbesluit Werklandschap [plaats 1] ’ - 14 december 2023
7.Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met Artikel 4, negende lid, bijlage II van het Bor, ook wel kruimelgevallenregeling genoemd.