ECLI:NL:RVS:2018:378
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens motiveringsgebrek parkeerdruk in Bodegraven
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk verleende op 29 juni 2015 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een winkel-/woonpand tot een winkel met berging en drie wooneenheden op de verdiepingen. Appellant, eigenaar van een nabijgelegen winkelpand, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege strijd met het bestemmingsplan en mogelijke waardedaling en parkeeroverlast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen, ook voor de functiewijziging en toename van woningen, en dat het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar was binnen het gemeentelijk beleid. Wel constateerde de Afdeling een motiveringsgebrek omtrent de parkeerdruk, omdat het college onvoldoende had onderbouwd dat de toename van parkeerbehoefte niet onaanvaardbaar was.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 20 oktober 2015 dat het bezwaar ongegrond verklaarde, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij vergunningverlening, met name over parkeeraspecten, terwijl het ruimtelijke beleid en bevoegdheden correct zijn toegepast.
Uitkomst: Het besluit tot het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek over parkeerdruk, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.