ECLI:NL:RBGEL:2025:10819

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
ARN 23/5115
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke afwijzing van verzoek om rectificatie van politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens

Deze uitspraak betreft de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek van eiser om rectificatie van politiegegevens op basis van de Wet politiegegevens (Wpg). Eiser is het niet eens met de afwijzing van twee onderdelen van zijn verzoek en heeft beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat het bestreden besluit van 13 juli 2023 gebreken vertoont. De korpschef heeft het besluit in beroep aanvullend gemotiveerd en deels ingetrokken, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de korpschef het motiveringsgebrek voor de afwijzing van het eerste onderdeel van het verzoek niet heeft hersteld en dat het derde onderdeel ten onrechte is afgewezen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de korpschef op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de korpschef veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/5115

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats 1], eiser

(gemachtigde: mr. T.D.D. Loeffen),
en

de korpschef van politie

(gemachtigde: mr. E.E. van Herk).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek van eiser om rectificatie van politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). Het rectificatieverzoek van eiser bestaat uit drie onderdelen. Eiser is het niet eens met de afwijzing van het eerste en het derde onderdeel van dit verzoek en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de korpschef het eerste en het derde onderdeel van het rectificatieverzoek terecht heeft afgewezen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is omdat het bestreden besluit van 13 juli 2023 gebreken kent. De korpschef heeft dit besluit in beroep namelijk aanvullend gemotiveerd en deels, voor wat betreft het tweede onderdeel van het rectificatieverzoek, ingetrokken. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2023 in stand te laten. De korpschef heeft het motiveringsgebrek voor wat betreft de afwijzing van het eerste onderdeel van het rectificatieverzoek in beroep namelijk niet hersteld (zie onder 8). Ook heeft de korpschef op de zitting erkend dat het derde onderdeel van het verzoek ten onrechte is afgewezen (zie onder 9). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 13 juli 2023 heeft de korpschef het verzoek van eiser om rectificatie van politiegegevens afgewezen.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. [1]
2.2.
Met de brief van 29 augustus 2023 heeft de korpschef het bestreden besluit van
13 juli 2023 aanvullend gemotiveerd.
2.3.
De korpschef heeft eveneens op 29 augustus 2023 een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. De korpschef heeft één gedingstuk -het geschoonde GRIP [2] -rapport van 28 februari 2023 [3] - vertrouwelijk overgelegd en daarbij op grond van artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen. [4] Bij beslissing van 6 september 2023 heeft de rechtbank het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen met dien verstande dat dit gedingstuk voor partijen ter inzage wordt gelegd op de griffie. Eiser heeft de rechtbank toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb gegeven.
2.4.
Met het besluit van 19 december 2023 heeft de korpschef het bestreden besluit van 13 juli 2023, voor zover dit ziet op de afwijzing van het tweede onderdeel van het rectificatieverzoek, ingetrokken en dit onderdeel van het verzoek alsnog toegewezen.
2.5.
De korpschef heeft eveneens op 19 december 2023 een aanvullend verweerschrift ingediend.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de korpschef.

Beoordeling door de rechtbank

Het rectificatieverzoek
3. Eiser heeft op 4 mei 2023 op grond van artikel 28 van de Wpg de Landelijke Eenheid van de politie verzocht om rectificatie van zijn gegevens in het GRIP-rapport van
28 februari 2023. Volgens eiser staan in dit rapport de volgende feitelijke onjuistheden.
In het rapport staat dat eiser in 2019 hotelketens, horecagelegenheden, penitentiaire inrichtingen, meldkamers van de politie, brandweer en ambulance zou hebben bedreigd en telefooncentrales met elkaar zou hebben doorverbonden. Ook zou hij meldingen hebben gedaan over moord, doodslag en suïcide en zou hij zich als politiemedewerker hebben voorgedaan. Volgens eiser is deze informatie suggestief en subjectief. Deze strafbare feiten zijn hem nimmer ten laste gelegd en dus kon hij niet opkomen tegen deze ongefundeerde verwijten.
In het rapport staat dat eiser zou zijn aangehouden naar aanleiding van een aangifte van de Nationale Politie wegens belemmering, toegang of gebruik van een geautomatiseerd werk en het misbruiken van persoonsgegevens, gepleegd in de periode van
27 september 2022 tot begin maart 2023. Volgens eiser is het feitelijk onjuist dat hij hiervoor aangehouden is geweest.
3) In het rapport staat dat eiser in juli 2022 per ongeluk is vrijgelaten uit de penitentiaire inrichting in [plaats 2] en dat hij daarna is gevlucht. Volgens eiser is dit feitelijk onjuist.
De besluitvorming
4. Bij het bestreden besluit van 13 juli 2023 heeft de korpschef het rectificatieverzoek van eiser afgewezen. De korpschef legt hieraan ten grondslag dat sprake is van een kennelijk ongegrond verzoek als bedoeld in artikel 27, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wpg. Volgens de korpschef is gebleken dat de op eiser betrekking hebbende gegevens in het GRIP-rapport juist zijn en niet in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt. De informatie in het GRIP-rapport is afkomstig uit verschillende (recherche)onderzoeken.
4.1.
Met de brief van 29 augustus 2023 heeft de korpschef erkend dat geen sprake is van een kennelijk ongegrond verzoek. Verder heeft de korpschef de afwijzing van het rectificatieverzoek per onderdeel aanvullend gemotiveerd en een belangenafweging gemaakt:
1. De informatie in het GRIP-rapport afkomstig is uit het opsporingsonderzoek Hackrund. In dit opsporingsonderzoek is eiser aangemerkt als verdachte van het plegen van in totaal 21 strafbare feiten. Op basis van deze verdenking is een Europees Aanhoudingsbevel tegen eiser uitgevaardigd. In het GRIP-rapport wordt de inhoud van het aanhoudingsbevel samengevat, namelijk dat meerdere politie-eenheden in 2019 werden geconfronteerd met meldingen van particulieren en instanties die werden lastiggevallen met valse telefonische meldingen. Daarnaast deed de beller telefonische bedreigingen en werden telefooncentrales met elkaar verbonden. Het ging hierbij onder andere om zorginstellingen, hotelketens, horecagelegenheden, penitentiaire inrichtingen, alsmede meldkamers van politie, brandweer, ambulance en DV&O [5] . Deze beller deed uiteenlopende meldingen over moord en doodslag of zorgelijke uitlatingen over een voornemen tot suïcide. Ook ontvingen een aantal burgers slechtnieuwsberichten door iemand die zich voordeed als politie- of ziekenhuismedewerker.
De korpschef volgt eiser niet in zijn standpunt dat de informatie in het GRIP-rapport suggestief en subjectief is. De meldingen bij de politie over valse telefonische meldingen, telefonische bedreigingen en valse slechtnieuwsberichten zijn namelijk feitelijk gedaan door particulieren en instanties. Verder zijn de strafbare feiten eiser wel degelijk ten laste gelegd en heeft hij zich hiertegen kunnen verweren in een strafrechtelijke procedure. De strafzaak loopt in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [6] Gelet hierop en omdat eiser ook verder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verwerkte politiegegevens onjuist zijn, weegt het belang van de politie om de betreffende politiegegevens in het GRIP-rapport te verwerken in het kader van de politietaak zwaarder dan het belang van eiser.
2) Eiser is in twee opsporingsonderzoeken ([opsporingsonderzoek 1] en [opsporingsonderzoek 2]) aangemerkt als verdachte van het plegen van strafbare feiten. De aanleiding voor het onderzoek [opsporingsonderzoek 1] was de aangifte van de Nationale Politie tegen eiser van 4 november 2022. Op basis van deze opsporingsonderzoeken is een Europees Aanhoudingsbevel tegen eiser uitgevaardigd. Eiser is op 16 december 2022 in [plaats 3] aangehouden en op 10 februari 2023 aan Nederland overgeleverd en in detentie geplaatst.
Volgens de korpschef is eiser dus, anders dan hij stelt, wel degelijk aangehouden als verdachte van het plegen van de strafbare feiten genoemd in de aangifte van de Nationale Politie van 4 november 2022. Gelet hierop en omdat eiser ook verder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verwerkte politiegegevens onjuist zijn, weegt het belang van de politie om de betreffende politiegegevens in het GRIP-rapport te verwerken in het kader van de politietaak zwaarder dan het belang van eiser.
3) In het GRIP-rapport staat dat de detentie van eiser op 29 juli 2022 is geschorst en dat vrij snel na de schorsing duidelijk werd dat eiser in detentie had moeten blijven, omdat hij nog een gevangenisstraf open had staan.
Volgens de korpschef staat, anders dan eiser stelt, in het GRIP-rapport dus niet dat eiser per ongeluk is vrijgelaten. Gelet hierop en omdat eiser ook verder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verwerkte politiegegevens onjuist zijn, weegt het belang van de politie om de betreffende politiegegevens in het GRIP-rapport te verwerken in het kader van de politietaak zwaarder dan het belang van eiser.
4.2.
Bij het besluit van 19 december 2023 heeft de korpschef het bestreden besluit van 13 juli 2023, voor zover dit ziet op de afwijzing van het tweede onderdeel van het rectificatieverzoek, ingetrokken en dit onderdeel van het verzoek alsnog toegewezen. De korpschef legt hieraan ten grondslag dat, na overleg met het onderzoeksteam van de onderzoeken [opsporingsonderzoek 1] en [opsporingsonderzoek 2], is gebleken dat eiser weliswaar (onder meer) in het kader van het onderzoek [opsporingsonderzoek 2] is overgeleverd aan Nederland, maar dat hij vervolgens niet is aangehouden als verdachte van het plegen van de hierin genoemde strafbare feiten. Daarom heeft de korpschef de zin
'In dat onderzoek werd [eiser] als verdachte aangemerkt en is daarvoor reeds aangehouden geweest'laten verwijderen uit het GRIP-rapport.
Het te beoordelen geschil
5. Zoals onder 2.4 en 4.2 ook staat vermeld, heeft de korpschef met het besluit van
19 december 2023 het besluit van 13 juli 2023 gedeeltelijk ingetrokken en het verzoek gedeeltelijk toegewezen. Omdat de korpschef in dit besluit niet geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van eiser, richt het beroep van eiser zich op grond van artikel 6:19 van de Awb van rechtswege ook tegen het besluit van 19 december 2023.
5.1.
De korpschef heeft het bestreden besluit van 13 juli 2023 alleen ingetrokken voor zover dit ziet op het tweede onderdeel van het rectificatieverzoek. Daarom heeft eiser nog belang bij een inhoudelijke beoordeling van de niet gewijzigde onderdelen van dit besluit. Eiser heeft op de zitting desgevraagd verklaard dat hij het eens is met de toewijzing van het tweede onderdeel van zijn verzoek in het besluit van 19 december 2023. Dit betekent dat de rechtbank alleen beoordeelt of de korpschef het eerste en het derde onderdeel van het rectificatieverzoek terecht heeft afgewezen.
De gevolgen van de aanvullende motivering en het aanvullend besluit
6. Tussen partijen is niet in geschil dat het bestreden besluit van 13 juli 2023 – gelet op de aanvullende motivering van 29 augustus 2023 en het besluit van 19 december 2023 – gebreken kent. Gelet hierop is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het (niet ingetrokken gedeelte van het) bestreden besluit van 13 juli 2023.
6.1.
De rechtbank beoordeelt hierna of zij aanleiding ziet om te bepalen dat de rechtsgevolgen van dit vernietigde besluit in stand blijven. [7] De rechtbank neemt hierbij de aanvullende motivering van 29 augustus 2023 in aanmerking. Om deze vraag te beantwoorden beoordeelt de rechtbank of de korpschef het motiveringsgebrek heeft hersteld en het verzoek van eiser terecht gedeeltelijk heeft afgewezen.
Het beoordelingskader
7. Op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wpg heeft de betrokkene, voor zover hier relevant, recht op rectificatie van hem betreffende onjuiste politiegegevens. Uit vaste rechtspraak volgt dat het, voor zover verzoeken betrekking hebben op feitelijke gegevens, aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat deze gegevens onjuist zijn. [8]
Kan de afwijzing van het eerste onderdeel van het rectificatieverzoek in stand blijven?
8. Eiser betoogt dat de derde alinea van de eerste pagina van het GRIP-rapport, zoals ook weergegeven onder 4.1, onder 1, feitelijke onjuistheden bevat. Volgens eiser blijkt uit het Europees Aanhoudingsbevel, de tenlastelegging in de strafrechtelijke procedure, en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [9] niet dat hij werd verdacht van, dan wel is veroordeeld voor het plegen van alle in deze alinea genoemde strafbare feiten. Eiser betwist dat hij al deze strafbare feiten heeft gepleegd.
8.1.
De korpschef stelt zich op het standpunt dat uit het Europees Aanhoudingsbevel, de tenlastelegging in de strafrechtelijke procedure, en de onderliggende politiemutaties volgt dat eiser werd verdacht van de in het GRIP-rapport (pagina één, derde alinea) genoemde strafbare feiten. De korpschef heeft deze documenten niet aan de rechtbank verstrekt, zodat de rechtbank dit niet kan controleren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd waarop de feitelijke gegevens, zoals genoemd in de derde alinea van de eerste pagina van het GRIP-rapport, zijn gebaseerd. De korpschef heeft het motiveringsgebrek niet hersteld. Daarom moet hij een nieuw besluit nemen, waarin hij motiveert waarop de feitelijke gegevens in de derde alinea van de eerste pagina van het GRIP-rapport zijn gebaseerd. Eiser betwist dat hij alle in deze alinea van het GRIP-rapport genoemde strafbare feiten heeft gepleegd en daarom is het aan hem om aannemelijk te maken dat het GRIP-rapport feitelijke onjuistheden bevat. Voordat de korpschef een nieuw besluit neemt, moet hij eiser daartoe in de gelegenheid stellen. [10]
Kan de afwijzing van het derde onderdeel van het rectificatieverzoek in stand blijven?
9. Op de zitting heeft de korpschef desgevraagd erkend dat de zinsnede in het GRIP-rapport dat eiser
‘in detentie had moeten blijven’feitelijk niet juist is en dat dit moet worden gerectificeerd. Dit betekent dat de korpschef het derde onderdeel van het rectificatieverzoek van eiser ten onrechte heeft afgewezen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit van 13 juli 2023 gebreken kent. De rechtbank vernietigt daarom dit besluit wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb, het vereiste van een deugdelijke motivering.
10.1.
Gelet op wat is overwogen onder 8 en 9 is de rechtbank van oordeel dat de korpschef het motiveringsgebrek voor wat betreft de afwijzing van het eerste onderdeel van het verzoek niet heeft hersteld en het derde onderdeel van het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Er is daarom geen aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit van 13 juli 2023 in stand kunnen blijven. Omdat de korpschef opnieuw moet beslissen op het eerste en het derde onderdeel van het rectificatieverzoek, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke bespreking van de overige beroepsgronden van eiser.
10.2.
De rechtbank bepaalt dat de korpschef opnieuw moet beslissen op het eerste en het derde onderdeel van het rectificatieverzoek met inachtneming van deze uitspraak. [11] De rechtbank geeft de korpschef daarvoor acht weken.
10.3.
Omdat het beroep gegrond is, bestaat aanleiding om de korpschef te veroordelen in de proceskosten die eiser heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank stelt vast dat eiser geen griffierecht heeft betaald, omdat dit per abuis niet is geheven. De korpschef hoeft daarom geen griffierecht te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit van 13 juli 2023;
 draagt de korpschef op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
 veroordeelt de korpschef tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uit de Regeling rechtstreeks beroep, Bijlage 1 bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb), volgt dat tegen een besluit genomen op grond van artikel 28 van de Wpg geen bezwaar kan worden gemaakt en dat rechtstreeks beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.
2.Gedetineerden Recherche Informatiepunt.
3.De korpschef noemt als datum van het GRIP-rapport 8 maart 2023. Uit het rectificatierapport van
4.Eiser heeft inzage gehad in het gedingstuk en kennis genomen van de daarin over hem vermelde gegevens. De korpschef wenst met het verzoek te voorkomen dat dit gedingstuk aan eiser wordt toegezonden.
5.Dienst Vervoer en Ondersteuning.
6.Parketnummer 21/004587-20.
7.Dit is mogelijk op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb.
8.Zie onder meer ABRvS 14 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:621) en ABRvS 20 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4765).
9.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:2375).
10.Vergelijk ABRvS 14 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:621, r.o. 6).
11.De rechtbank past artikel 8:72, vierde lid, van de Awb toe.