Uitspraak
I. Totstandkoming van het bestreden besluit
- een evenementenvergunning verleend op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Berg en Dal (Apv); en
- een ontheffing verleend op grond van artikel 3 en 35 van de Alcoholwet
“voorschriften behorende bij de evenementenvergunning.”Die voorschriften gaan onder andere over de openbare orde en veiligheid, beveiliging en alcohol. Voor de voorschriften over muziek en geluid wordt als volgt verwezen naar de geluidsnormen voor incidentele festiviteiten in een inrichting in artikel 4:3 van de Apv:
III. De acceptatie van de melding (artikel 4:3 van de APV)
“een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.” [2] Een rechtshandeling is een handeling die naar haar aard op rechtsgevolg is gericht. [3]
IV. De evenementenvergunning (artikel 2:25 van de Apv)
“het geproduceerde geluid (Lar,LT) niet meer mag zijn dan 80 dB(A) / 95 dB(C) voor de buitenruimte (geluid dat buiten wordt gemaakt). Dit wordt equivalent gemeten op 1,5 meter afstand direct voor de gevel van een geluidgevoelig object (bijv. een woning) en op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld.”
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat gaat over de acceptatie van de melding;
- verklaart het bezwaar van eisers voor zover gericht tegen de acceptatie van de melding alsnog niet-ontvankelijk;
- stelt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit voor zover dat gaat over de acceptatie van de melding;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover dat gaat over de evenementenvergunning;
- veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van eisers van € 1.814,-;
- draagt het college op het door eisers betaalde griffierecht aan eisers te vergoeden.