Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college
[derde-partij], uit [plaats], derde-partij
Rechtbank Gelderland
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank Gelderland het beroep van eiser tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem om hem een last onder dwangsom op te leggen. Eiser, eigenaar van een woning in Arnhem, heeft zonder de benodigde omgevingsvergunning een berging en twee erfafscheidingen gerealiseerd in zijn achtertuin, gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Burgemeesterswijk Transvaalbuurt 2013’. De rechtbank behandelt het beroep op 31 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde, de gemachtigde van het college, en een derde-partij met gemachtigde aanwezig zijn. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft besloten dat er sprake is van een overtreding, aangezien de gerealiseerde bouwwerken niet voldoen aan de bestemmingsplanregels die de inrichting van de gronden met de bestemming ‘Groen’ beperken.
De rechtbank concludeert dat de berging niet op gronden staat die als ‘erf’ kunnen worden aangemerkt, omdat het bestemmingsplan deze inrichting niet toestaat. Eiser betoogt dat er geen omgevingsvergunning vereist is voor de bouw en het gebruik van de berging en de erfafscheidingen, maar de rechtbank wijst dit argument af. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P.C.M. van Wel, griffier.