12.1.Uit rechtsoverweging 11 volgt dat eerst vastgesteld moet worden óf er sprake is van een benadelingshandeling. Daarna moet worden beoordeeld of, en zo ja, in hoeverre de benadelingshandeling aan eiser kan worden verweten. Als de benadelingshandeling hem in een bepaalde mate kan worden verweten, is tot slot de vraag dit het opleggen van een maatregel rechtvaardigt (en zo ja welke). Het standpunt van het UWV, dat eiser in overwegende mate kan worden verweten dat hij een VSO heeft getekend toen hij arbeidsongeschikt was en dat er daarom sprake is van een benadelingshandeling, is op zichzelf dus niet juist. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om (reeds) hierom het bestreden besluit te vernietigen, omdat niet valt in te zien dat eiser door deze beoordelingsvolgorde in zijn belangen is benadeeld. Het gaat om de vraag of het UWV zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt stelt dat het opleggen van genoemde maatregel gerechtvaardigd is.
Is er sprake van een benadelingshandeling?
13. Naar het oordeel de rechtbank volgt uit de omstandigheid dat eiser een VSO heeft getekend, terwijl hij arbeidsongeschikt was wegens ziekte, dat hij een benadelinghandeling heeft gepleegd. Dit is in feite ook niet echt in geschil. Partijen verschillen over de vraag of (en in welke mate) dit eiser kan worden verweten.
Mocht eiser erop vertrouwen dat het plegen van een benadelingshandeling hem niet zou worden tegengeworpen?
14. Eisers beroepsgrond, dat het vertrouwensbeginsel is geschonden omdat dat de VSO voor het UWV geen beletsel was voor toekenning (in eerste instantie) van de WW-uitkering, slaagt niet.
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de eiser aannemelijk maakt dat het UWV toezeggingen of andere uitlatingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit eiser, in de gegeven omstandigheden, redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat het UWV hem de benadelingshandeling niet zou tegenwerpen.Dat heeft eiser niet aannemelijk gemaakt. Daarvoor is allereerst van belang dat het geenszins vaststaat dat het UWV ten tijde van het toekennen van WW bekend was met de VSO. Dit kan een verklaring vormen voor het (toen) niet tegenwerpen van de benadelingshandeling. Bovendien levert het niet tegenwerpen van de benadelingshandeling in het kader van de WW geen concrete toezegging op, of is het geen gedraging, waaruit eiser redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat het UWV hem de benadelingshandeling (ook) niet zou tegenwerpen in het kader van de ZW. Dit betekent dat de benadelingshandeling eiser kan worden tegengeworpen in deze procedure.
Kan de benadelingshandeling eiser in overwegende mate worden verweten?
15. Het UWV stelt zich, onder meer onder verwijzing naar de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (VABB), op het standpunt dat benadelinghandeling in overwegende mate aan eiser kan worden verweten. Daartoe wordt onder meer verwezen naar de rapportage van de VABB. Bovendien was de arbeidsrelatie niet (meer) dusdanig verstoord dat niet langer van eiser verwacht kon worden dat hij in dienst bleef. De rechtbank is van oordeel dat het UWV dit standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd. Hieronder zal worden uitgelegd waarom dat zo is.