Op 3 november 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland in Arnhem een mondelinge uitspraak gedaan in een kort geding tussen een werknemer en zijn werkgever, DVR Solutions BV. De werknemer, bijgestaan door mr. J.C. Bender, vorderde betaling van achterstallig loon over juli en augustus 2025, vakantiegeld en buitengerechtelijke incassokosten. De werkgever, vertegenwoordigd door mr. C.L. Kock, voerde aan dat verrekening van bedragen mogelijk was, maar dit werd door de kantonrechter verworpen. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht had op betaling van het loon en vakantiegeld, en dat de wettelijke verhoging en rente vanaf 1 september 2025 moesten worden toegewezen. De kantonrechter wees de vordering tot verrekening van de werkgever af, omdat deze niet voldoende onderbouwd was. De uitspraak resulteerde in een veroordeling van de werkgever tot betaling van de gevorderde bedragen, met compensatie van proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De kantonrechter benadrukte het spoedeisend belang van de werknemer bij de vorderingen, gezien het feit dat het om loon ging dat noodzakelijk is voor het dagelijks levensonderhoud.