Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, vanwege onvrede over een inhoudelijke beslissing waarbij een advocaat aan hem was toegewezen op grond van artikel 509a Sv en het gebruik van een oud psychologisch rapport uit 2014.
Tijdens de mondelinge behandeling op 4 november 2025 lichtte verzoeker zijn gronden toe, waaronder het betwisten van de rechtmatigheid van het rapport, het ontbreken van onderzoekswensen door de toegewezen advocaat en vermeende schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De rechters gaven schriftelijk en mondeling een reactie waarin zij niet in het wrakingsverzoek berustten.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete aanwijzingen van vooringenomenheid, wat niet het geval was. De inhoudelijke juistheid van de beslissing kan via rechtsmiddelen worden aangevochten, niet via wraking. Bovendien was het beginsel van hoor en wederhoor tijdens de terechtzitting hersteld. Nieuwe wrakingsgronden die na indiening werden aangevoerd, werden niet in behandeling genomen.
De wrakingskamer wees het verzoek af en verklaarde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.