ECLI:NL:RBGEL:2025:11664
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Het wrakingsverzoek van verzoeker was gericht tegen mr. I.C.J.I.M. van Dorp, rechter in de Rechtbank Gelderland, locatie Zutphen. Verzoeker stelde dat de rechter onjuist had beslist door het verzoek tot het indienen van nieuwe bewijsstukken af te wijzen bij een rolbeslissing van 12 november 2025.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete omstandigheden zijn die de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De enkele onjuistheid van een rechterlijke beslissing is daarvoor onvoldoende. De wrakingskamer stelde vast dat de wrakingsprocedure niet bedoeld is om inhoudelijke beslissingen te toetsen, maar slechts om de schijn van partijdigheid te beoordelen.
Omdat verzoeker geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden, werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd op 22 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter D.S.M. Bak en leden M.J.H. Schuurman en S. Boot. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.