Eiser en Univé sloten een verzekeringsovereenkomst met een schaderegelingsclausule die bindend advies door een derde expert mogelijk maakt bij verschil van mening over schadevaststelling.
Na een brand op 10 februari 2023 ontstond discussie over de omvang van de schade. Beide partijen benoemden experts die uiteenlopende schadebedragen vaststelden. Een derde expert, benoemd conform de polisvoorwaarden, stelde de schade bindend vast binnen de grenzen van de taxaties.
Eiser vorderde vernietiging van dit bindend advies wegens onvoldoende motivering en schending van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat de toetsing marginaal is en dat het advies voldoende gemotiveerd en binnen de beoordelingsruimte van de derde expert viel.
De rechtbank concludeerde dat het bindend advies niet onaanvaardbaar is en wees de vordering van eiser af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.