Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
de erfgenamen van [persoon A] :
[eiser 3]uit [plaats 3] ,
Rechtbank Gelderland
Eisers verzochten het college van burgemeester en wethouders van Putten om schadevergoeding wegens het handhavend optreden tegen permanente bewoning van een recreatiewoning, wat leidde tot verhuizing en stress bij het echtpaar. Het college legde een last onder dwangsom op, welke onherroepelijk en rechtmatig is verklaard na eerdere procedures.
Eisers stelden dat het college niet tijdig op hun verzoek om schadevergoeding had beslist en vorderden vergoeding van materiële en immateriële schade. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn en dwangsombepalingen niet van toepassing zijn op verzoeken om schadevergoeding volgens artikel 8:90 Awb Pro, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is.
De rechtbank bevestigde dat het besluit tot opleggen van de last onder dwangsom formele rechtskracht heeft en in rechte onaantastbaar is, zodat de rechtmatigheid ervan als gegeven geldt. Er waren geen uitzonderingen die de formele rechtskracht konden doorbreken. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
De rechtbank toonde begrip voor de verdrietige situatie van eisers en het overlijden van hun moeder, maar benadrukte dat de beoordeling van het verzoek juridisch moest plaatsvinden. Het college bood een persoonlijk gesprek aan, dat eisers niet wensten. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk.