ECLI:NL:RVS:2024:2805
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P.M. van Ravels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig geachte asielweigering
Appellant diende in 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die werd afgewezen. Na diverse rechtsprocedures werd het besluit onherroepelijk geacht. In 2020 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die in 2021 werd ingewilligd, gevolgd door een heroverwegingsbesluit in 2022 waarbij het eerdere besluit niet langer van toepassing werd verklaard.
Appellant vorderde schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade, waaronder psychische klachten en gemiste inkomsten. De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was en wees de schadevergoeding af. In hoger beroep betoogde appellant dat de heroverweging van het besluit impliciet de onrechtmatigheid erkende en dat de motivering van het heroverwegingsbesluit onvoldoende was.
De Afdeling verwierp deze gronden. Zij bevestigde dat het inwilligen van een verzoek om heroverweging niet automatisch een erkenning van onrechtmatigheid inhoudt en dat het eerdere besluit formele rechtskracht bezit. De gewijzigde beoordeling van appellant's geloofsontwikkeling en de gewijzigde motiveringsplicht in bekeringszaken rechtvaardigen de heroverweging zonder dat het eerdere besluit onrechtmatig was. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens het besluit van 23 november 2016 wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.