ECLI:NL:RBGEL:2025:14
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Wajong-uitkering wegens hennepstekkerij zonder verdere matiging
Eiser ontving een Wajong-uitkering die door het UWV werd herzien en deels teruggevorderd vanwege inkomsten uit een hennepstekkerij in zijn woning. Het UWV besloot aanvankelijk een bedrag van €71.125,68 terug te vorderen over de periode van 1 maart 2015 tot 9 november 2021. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank werd dit bedrag aangepast en verlaagd tot €18.255,76.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste twee besluiten van het UWV niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, en oordeelde dat het beroep tegen het derde besluit ongegrond was. De rechtbank stelde vast dat het UWV terecht het terug te vorderen bedrag had beperkt tot de periode van 1 oktober 2019 tot 9 november 2021 en dat de berekening van het terug te vorderen bedrag correct was.
Hoewel eiser zich beroept op dringende redenen zoals zijn kwetsbaarheid, verstandelijke beperking, fysieke klachten, en de gevolgen van de woningontruiming, vond de rechtbank dat deze omstandigheden geen verdere matiging van het terugvorderingsbedrag rechtvaardigen. Het UWV had al een korting van 15% toegepast en een betalingsregeling getroffen die rekening houdt met de financiële situatie van eiser.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak bouwt voort op eerdere tussenuitspraak en sluit het onderzoek na schorsing en intrekking van eerdere besluiten door het UWV.
Uitkomst: Het beroep tegen de eerste twee besluiten is niet-ontvankelijk en tegen het derde besluit ongegrond; terugvordering van €18.255,76 wordt bevestigd zonder verdere matiging.