ECLI:NL:RBGEL:2025:1664
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep WOZ-waarde
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast en legde de aanslag onroerendezaakbelasting op. Het bezwaar van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het indienen van bezwaar op naam van een verkeerde persoon en het ontbreken van een juiste machtiging. Tijdens de zitting trok eiser het beroep in.
De heffingsambtenaar verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten wegens een nutteloze procedure. De gemachtigde van eiser voerde verweer dat er geen sprake was van onredelijk gebruik van procesrecht en dat de heffingsambtenaar zelf onduidelijkheid had veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen onredelijk gebruik van procesrecht had gemaakt, omdat hij niet had ingestemd met bezwaar tegen WOZ-waarden waarbij hij geen belanghebbende was. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en benadrukte dat een gemachtigde niet kan worden veroordeeld in proceskosten van een partij.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.A. Eskes en griffier H. van Huigenbos op 3 maart 2025 te Arnhem.
Uitkomst: Het verzoek van de heffingsambtenaar om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.