Eiser, geboren in 1998, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens ME/CVS en POTS. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen bezit, met name voor eenvoudige taken zoals 'scannen'. Eiser betoogde dat hij vanwege zijn fragiele immuunsysteem en concentratieproblemen niet belastbaar is en dat het UWV onzorgvuldig handelde door een nieuwe taak te selecteren zonder zijn instemming.
De rechtbank oordeelde dat de medische informatie, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en het CVS/ME Centrum, onvoldoende onderbouwing biedt om het door het UWV vastgestelde arbeidsvermogen te weerleggen. De anamnese van eind december 2021 toonde dat eiser beperkte maar aanwezige activiteiten verrichtte, en geen langdurige terugval kende. De taak 'scannen' werd als passend beoordeeld gezien de aard van het werk en de beperkingen van eiser.
Hoewel het UWV het bezwaar van eiser ongegrond verklaarde, constateerde de rechtbank dat het UWV naliet eiser te horen over de gewijzigde taak, wat strijdig is met de hoorplicht. Dit werd echter niet als schadelijk voor eiser beoordeeld omdat hij in beroep alsnog zijn standpunt kon toelichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.