Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert de eiser schadevergoeding wegens beschadiging van leren stoelen die langdurig bij de gedaagde zijn opgeslagen in het kader van een overeenkomst tot bewaarneming van verhuisgoederen. De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden bewaarneming verhuisgoederen 2015 (AVBV 2015) op de overeenkomst van toepassing zijn, maar vernietigt de vervaltermijn uit artikel 18 AVBV Pro 2015 als oneerlijk beding. De wettelijke verjaringstermijn geldt daardoor.
Feitelijk is vastgesteld dat de stoelen bij de opslag beschadigd zijn geraakt, wat de gedaagde niet heeft kunnen weerleggen, mede omdat geen inventarislijst is opgesteld. De gedaagde is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en aansprakelijk voor de schade. De eiser is eigenaar van de stoelen en kan dus schadevergoeding vorderen.
De omvang van de schade wordt vastgesteld op € 680 voor herstelkosten en € 150 voor transportkosten, waarbij de kantonrechter rekening houdt met redelijkheid en de schadebeperkingsplicht. Eigen schuld van de eiser wordt verworpen omdat de gedaagde aansprakelijk is en de verzekeringplicht bij de bewaarnemer ligt. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 22 april 2023. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 830,00 schadevergoeding en proceskosten.