Eiser verzocht het college om toestemming te verlenen aan de Sociale Verzekeringsbank voor resterende betalingen uit het persoonsgebonden budget (pgb). Het college weigerde dit verzoek en nam een besluit op 9 november 2023, dat eiser pas na 13 november ontving. Eiser diende vervolgens een klacht in over de afhandeling en ontving een brief van 15 december 2023 als reactie. Hij maakte pro forma bezwaar tegen deze brief, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde omdat bezwaar tegen een brief over klachtafhandeling niet mogelijk is.
De rechtbank stelt vast dat het college het bezwaar van eiser ook had moeten opvatten als gericht tegen het besluit van 9 november 2023, dat inhoudelijk het weigeren van het verzoek betreft. Door dit niet te doen heeft het college het bezwaar onjuist afgehandeld. De rechtbank wijst erop dat eiser geen juridische bijstand had en dat het college hem had kunnen vragen om de gronden van het bezwaar te verduidelijken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het het bezwaar tegen het besluit van 9 november 2023 niet heeft behandeld en draagt het college op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen. Het college heeft het bezwaar tegen de brief van 15 december 2023 terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast moet het college het griffierecht en reiskosten van eiser vergoeden.