Vabo Ontwikkeling B.V. vordert nakoming van een koopovereenkomst uit 2014 waarbij de gemeente West Betuwe het recht van eerste koop (voorkeursrecht) van Vabo op bepaalde percelen moest respecteren. De gemeente bood de percelen pas op 23 december 2024 aan, na het arrest van de Hoge Raad in de Didam II-zaak, terwijl zij deze eerder had moeten aanbieden toen zij voornemens was tot vervreemding.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente hierdoor tekortgeschoten is in haar nakoming van de overeenkomst. Hoewel de gemeente het aanbod uiteindelijk heeft gedaan, bestond er gedurende de tussenliggende periode een schending van de verbintenis. Vabo heeft daardoor mogelijk schade geleden door onder andere vertraging in bouwplannen en gestegen kosten.
De rechtbank wijst de vordering tot nakoming af omdat het aanbod inmiddels is gedaan en Vabo geen belang meer heeft bij het handhaven van het leveringsbeslag. Wel wordt de gemeente veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, die nader bij staat moet worden vastgesteld, en tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het leveringsbeslag wordt opgeheven. De vorderingen van de gemeente in reconventie worden grotendeels afgewezen.