Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR om een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) op te leggen vanwege gevaarlijk rijgedrag op 2 maart 2024. De rechtbank beoordeelt of het CBR terecht deze maatregel oplegde.
De feiten zijn vastgelegd in een mutatierapport en een aanvullend proces-verbaal, waaruit blijkt dat eiser onder meer door rood licht is gereden en gevaarlijk rijgedrag vertoonde. Het CBR baseerde het besluit op deze documenten, die op ambtseed zijn opgesteld. De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht mocht afgaan op deze stukken en dat er geen gegronde twijfel bestaat over de juistheid ervan.
Eiser stelde dat het CBR ten onrechte de cursus oplegde en dat er sprake was van een schending van de hoorplicht en onrechtmatige ingebrekestellingen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat eiser alsnog is gehoord en het besluit niet onrechtmatig vertraagd werd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de oplegging van de cursus en veroordeelt het CBR tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.