ECLI:NL:RVS:2022:177
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR na snelheidsovertreding en verkeersovertredingen
Op 3 juli 2020 legde het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan appellant een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op, naar aanleiding van een schriftelijke mededeling op 30 juni 2020 over vermoedens van onvoldoende rijvaardigheid en/of lichamelijke geschiktheid. Dit vermoeden was gebaseerd op een proces-verbaal van een politieverbalisant die op 28 juni 2020 waarnam dat appellant 80 km/h reed waar 50 km/h was toegestaan, over een verdrijvingsvlak reed bij het inhalen en geen richting aangaf.
Appellant betwistte de juistheid van deze feiten, onder meer omdat de snelheid niet met een geijkte meter was vastgesteld, hij niet beboet was, en de verbalisant mogelijk niet goed kon waarnemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het CBR mocht afgaan op het proces-verbaal. De Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het CBR terecht mocht uitgaan van het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal en dat het ontbreken van een boete geen reden is om het bestuursrechtelijke besluit te betwijfelen. Ook is geen sprake van een belangenafweging omdat de EMG een gebonden beschikking is. De betwisting van appellant faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt bevestigd.