Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
“de medewerker dient ervoor te zorgen tijdig aanwezig te zijn voor aanvang van de dienst”.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een arbeidsrechtelijke vordering van een groepsfitnessinstructeur tegen haar werkgever, een sport- en fitnessclub, over de vergoeding van arbeidstijd. De instructeur vordert loon voor de 15 minuten verplichte aanwezigheid voorafgaand aan haar lessen en voor de tijd die zij besteedt aan verplichte Les Mills scholing.
De werkgever betwist de verplichting tot aanwezigheid en de noodzaak van de scholing, stelt dat de 15 minuten-regel niet gehandhaafd werd en dat de scholing niet noodzakelijk is voor de functie. De kantonrechter beoordeelt het begrip arbeidstijd aan de hand van de Arbeidstijdenrichtlijn en relevante nationale wetgeving.
De rechtbank oordeelt dat de 15 minuten voorafgaand aan de les als arbeidstijd moeten worden beschouwd omdat de instructeur in die tijd werkzaamheden verricht die noodzakelijk zijn voor het geven van de les. Ook is vastgesteld dat de verplichte Les Mills scholing als arbeidstijd moet worden vergoed, waarbij 6 uur per jaar wordt toegewezen. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en proceskosten, met uitzondering van buitengerechtelijke incassokosten die worden afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken over wat onder 'tijdig' aanwezig zijn wordt verstaan en bevestigt de verplichting van de werkgever om scholingstijd als arbeidstijd te vergoeden.
Uitkomst: De werkgever moet de verplichte 15 minuten aanwezigheid voorafgaand aan de les en 6 uur per jaar verplichte scholing als arbeidstijd vergoeden en achterstallig loon betalen.