Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 september 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Teleperformance Netherlands B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld over de vraag of een periode van tien minuten tussen de verplichte aanwezigheid op het werk en het begin van de dienst als betaalde werktijd moet worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof en heeft de klachten van Teleperformance over het arrest van het hof beoordeeld. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering nader toe te lichten, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Teleperformance en veroordeelt de vennootschap in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de werknemer in het gelijk is gesteld dat de wachttijd niet als betaalde werktijd geldt.
Deze uitspraak bevestigt de jurisprudentie omtrent de kwalificatie van wachttijd op de werkplek en benadrukt de grenzen van betaalde werktijd in arbeidsrechtelijke zin.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Teleperformance wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.