ECLI:NL:RBGEL:2025:4112
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach – de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 8 mei 2025 de zaak behandeld en beoordeelt dat Nederland terecht een verzoek tot overname bij Frankrijk heeft gedaan. Omdat Frankrijk niet tijdig heeft gereageerd, is de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag volgens artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening aan Frankrijk toegevallen.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden vanwege structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Frankrijk, zoals blijkt uit het AIDA-rapport en zijn eigen ervaringen met opvang en taalbarrières. De rechtbank oordeelt echter dat deze problemen niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken en dat eiser geen recht had op opvang in Frankrijk omdat hij daar geen asielaanvraag heeft ingediend.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat Frankrijk aan zijn internationale verplichtingen voldoet en dat het beroep ongegrond is. Het niet in behandeling nemen van de aanvraag blijft in stand en eiser kan aan Frankrijk worden overgedragen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.