ECLI:NL:RBGEL:2025:4209
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds niet aan te merken als gemeenschappelijk beleggingsfonds voor omzetbelastingvrijstelling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een pensioenfonds kan worden beschouwd als een gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van de omzetbelastingwetgeving, met name of de deelnemers beleggingsrisico dragen. Dit is relevant voor de vraag of de vermogensbeheerdiensten vrijgesteld zijn van omzetbelasting.
De rechtbank baseert zich op een eerder prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat heeft geoordeeld dat deelnemers alleen beleggingsrisico dragen indien het bedrag van de pensioenrechten en -uitkeringen in de eerste plaats afhankelijk is van de beleggingsresultaten. Hoewel actuariële berekeningen door belanghebbende aantonen dat gemiddeld 72% van de pensioenuitkeringen uit beleggingsresultaten wordt gefinancierd, concludeert de rechtbank dat het pensioenfonds werkt met een referentiepensioen en een aanpassingscoëfficiënt die ook andere factoren betrekt, waardoor het beleggingsrisico niet primair is.
Daarnaast is beoordeeld of het pensioenfonds vergelijkbaar is met andere pensioenfondsen die wel als gemeenschappelijk beleggingsfonds worden aangemerkt. Belanghebbende heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om deze vergelijkbaarheid aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelt daarom dat het pensioenfonds niet als gemeenschappelijk beleggingsfonds kan worden aangemerkt en dat de vrijstelling van omzetbelasting niet van toepassing is.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, waardoor de betaalde omzetbelasting terecht is voldaan en geen teruggaaf of proceskostenvergoeding wordt toegekend.
Uitkomst: Het pensioenfonds is geen gemeenschappelijk beleggingsfonds en de vrijstelling van omzetbelasting is niet van toepassing; het beroep wordt ongegrond verklaard.